Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 18 mei 1942. B. Schelvis, wonende aan de Louis Bothastraat 16-III te Amsterdam. Directie Marktwezen, Amsterdam. Nº 103/51/1 M. 1942 20/5
A'dam, 18 Mei '42
Directie Marktwezen
Alhier.
H. H.
Ondergetekende, B. Schelvis plaats-
houder № 54 Gaaspstraat, verzoekt U
beleefd mij toestemming te willen verleenen
voor assistentie bij mijn stal.
Rede waarom ik Uw dit verzoek doe is,
dat ik op de Alb. Cuijpstraat ook assistentie
heb gehad, doch deze assistent mag op boven-
genoemde markt niet toegelaten worden.
De naam van de assistent is
M. Verdooner geb. 26-11-1908
wonende Hofmeyrstraat 38 I Oost
Hopende, een gunstig antwoord
van Uw terug te mogen ontvangen
teeken ik,
met de meeste hoog achting.
B. Schelvis
Louis Bothastr 16 III
Oost. In deze brief verzoekt Benjamin Schelvis (geboren 1894), een marktkoopman, de Directie Marktwezen om toestemming voor een assistent bij zijn marktkraam. Schelvis staat op dat moment op de markt in de Gaaspstraat (plaatsnummer 54). Hij voert als reden aan dat hij voorheen op de Albert Cuypstraat ook assistentie had, maar dat die specifieke assistent op de "bovengenoemde markt" (de Gaaspstraat) niet wordt toegelaten.
De beoogde nieuwe assistent is M. (Maurits) Verdooner, geboren op 26 november 1908 en woonachtig aan de Hofmeyrstraat 38-I in Amsterdam-Oost.
De brief is formeel van toon ("H.H." staat voor Hooggeachte Heren; "teeken ik" is een ouderwetse afsluiting voor 'onderteken ik'). De administratieve stempel bovenin geeft aan dat het verzoek twee dagen later, op 20 mei 1942, is verwerkt of gearchiveerd. Dit document is van grote historisch-bittere waarde vanwege de datum en de genoemde locaties. In mei 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in volle gang en werden anti-Joodse maatregelen steeds strenger.
De Gaaspstraat was een van de weinige locaties waar vanaf eind 1941 "Joodse markten" waren ingesteld door de bezetter. Joodse marktkooplieden werden gedwongen hun standplaatsen op reguliere markten zoals de Albert Cuypstraat op te geven en mochten alleen nog handelen op deze specifieke, gesegregeerde plekken. Ook mochten zij alleen aan Joodse klanten verkopen.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel de afzender, Benjamin Schelvis, als de genoemde assistent, Maurits Verdooner, Joods waren. Het feit dat de vorige assistent niet werd toegelaten op de markt in de Gaaspstraat, suggereert dat die persoon mogelijk niet-Joods was, wat onder de rassenwetten van de bezetter niet langer was toegestaan.
Beide mannen in dit document hebben de oorlog niet overleefd:
* Maurits Verdooner werd gedeporteerd en vermoord in Auschwitz op 30 september 1942.
* Benjamin Schelvis werd eveneens gedeporteerd en stierf in Auschwitz op 17 augustus 1942. B. Schelvis H. Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt Benjamin Schelvis (geboren 1894), een marktkoopman, de Directie Marktwezen om toestemming voor een assistent bij zijn marktkraam. Schelvis staat op dat moment op de markt in de Gaaspstraat (plaatsnummer 54). Hij voert als reden aan dat hij voorheen op de Albert Cuypstraat ook assistentie had, maar dat die specifieke assistent op de "bovengenoemde markt" (de Gaaspstraat) niet wordt toegelaten.
De beoogde nieuwe assistent is M. (Maurits) Verdooner, geboren op 26 november 1908 en woonachtig aan de Hofmeyrstraat 38-I in Amsterdam-Oost.
De brief is formeel van toon ("H.H." staat voor Hooggeachte Heren; "teeken ik" is een ouderwetse afsluiting voor 'onderteken ik'). De administratieve stempel bovenin geeft aan dat het verzoek twee dagen later, op 20 mei 1942, is verwerkt of gearchiveerd.
Historische Context
Dit document is van grote historisch-bittere waarde vanwege de datum en de genoemde locaties. In mei 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in volle gang en werden anti-Joodse maatregelen steeds strenger.
De Gaaspstraat was een van de weinige locaties waar vanaf eind 1941 "Joodse markten" waren ingesteld door de bezetter. Joodse marktkooplieden werden gedwongen hun standplaatsen op reguliere markten zoals de Albert Cuypstraat op te geven en mochten alleen nog handelen op deze specifieke, gesegregeerde plekken. Ook mochten zij alleen aan Joodse klanten verkopen.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel de afzender, Benjamin Schelvis, als de genoemde assistent, Maurits Verdooner, Joods waren. Het feit dat de vorige assistent niet werd toegelaten op de markt in de Gaaspstraat, suggereert dat die persoon mogelijk niet-Joods was, wat onder de rassenwetten van de bezetter niet langer was toegestaan.
Beide mannen in dit document hebben de oorlog niet overleefd:
* Maurits Verdooner werd gedeporteerd en vermoord in Auschwitz op 30 september 1942.
* Benjamin Schelvis werd eveneens gedeporteerd en stierf in Auschwitz op 17 augustus 1942.