Dossierkaart/intern memo met diverse handgeschreven annotaties en een ambtelijk stempel.
Origineel
Dossierkaart/intern memo met diverse handgeschreven annotaties en een ambtelijk stempel. [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/58/1 1942
DOORGEZONDEN: 25/6
[Rechtsboven, handgeschreven:]
682.
[In cirkel:]
Opbergen
Stand op G’st
Gombault 9.
24/7/42
Fr. v Moerkerken
advies
1-7-'42
de Haer
[Midden-links, handgeschreven:]
Het verzoek van de Wed.
Vierra-Polak
dient m.i. te worden
afgewezen.
Plaats m.i. intrekken.
9-7-'42
de Haer
Zie rapp. chef marktopz.
brief Mr. Gombault.
Zaak in behandeling J. Sieburgh
[Midden-rechts, handgeschreven:]
Ter inspecteur!
Als juffrouw Polak thans
geen huur kan krijgen om haar
plaats te bezetten, bestaat er
m.i. geen reden om uitstel van
plaatsbezetting te verleenen en
kan de plaats beter worden in-
getrokken.
103/58/2 [Paraaf] 6/7-42
[Onderaan, handgeschreven:]
intrekken? HD
Is door Van Moerkerken niet geroepen om in te trekken,
zie toch ook de combinatie
[Linksonder, drukwerk:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 De kaart documenteert de ambtelijke besluitvorming over een standplaats of vergunning (aangeduid als "plaats") van een "Wed. Vierra-Polak". De teneur van de adviezen is negatief:
* De Haer adviseert op 9 juli 1942 om het verzoek af te wijzen en de plaats in te trekken.
* Een andere ambtenaar stelt op 6 juli dat er geen reden is voor uitstel als zij de huur niet kan opbrengen, en adviseert eveneens intrekking.
* Er wordt verwezen naar rapportages van de "chef marktopz." (marktopzicht), wat suggereert dat het om een marktkoopvrouw gaat.
* Er lijkt enige interne discussie te zijn; de onderste krabbel vraagt zich af of intrekking wel de bedoeling was van Van Moerkerken. Het document dateert uit juli 1942, een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis tijdens de Duitse bezetting. In deze periode werden Joodse burgers (de naam "Polak" is veelal Joods) stelselmatig uit de maatschappij en economie gestoten. Per 1 juli 1942 mochten Joden geen handel meer drijven of markten bezoeken. Het "intrekken van de plaats" wegens het niet kunnen betalen van huur of het niet bezetten van de plek moet zeer waarschijnlijk worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen, waardoor het voor de betrokkene onmogelijk was gemaakt haar beroep nog uit te oefenen. De ambtelijke molen hielp hierbij de uitsluiting te formaliseren. J. Sieburgh M. No
Samenvatting
De kaart documenteert de ambtelijke besluitvorming over een standplaats of vergunning (aangeduid als "plaats") van een "Wed. Vierra-Polak". De teneur van de adviezen is negatief:
* De Haer adviseert op 9 juli 1942 om het verzoek af te wijzen en de plaats in te trekken.
* Een andere ambtenaar stelt op 6 juli dat er geen reden is voor uitstel als zij de huur niet kan opbrengen, en adviseert eveneens intrekking.
* Er wordt verwezen naar rapportages van de "chef marktopz." (marktopzicht), wat suggereert dat het om een marktkoopvrouw gaat.
* Er lijkt enige interne discussie te zijn; de onderste krabbel vraagt zich af of intrekking wel de bedoeling was van Van Moerkerken.
Historische Context
Het document dateert uit juli 1942, een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis tijdens de Duitse bezetting. In deze periode werden Joodse burgers (de naam "Polak" is veelal Joods) stelselmatig uit de maatschappij en economie gestoten. Per 1 juli 1942 mochten Joden geen handel meer drijven of markten bezoeken. Het "intrekken van de plaats" wegens het niet kunnen betalen van huur of het niet bezetten van de plek moet zeer waarschijnlijk worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen, waardoor het voor de betrokkene onmogelijk was gemaakt haar beroep nog uit te oefenen. De ambtelijke molen hielp hierbij de uitsluiting te formaliseren.