Administratieve kaart/notitie van het Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Administratieve kaart/notitie van het Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam. juli – september 1942. [Rechtsboven, met potlood:]
857.
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/01/1 1942.
DOORGEZONDEN: 7/8
[Handgeschreven tekst bovenaan:]
W. Fischjäger, plaats Gaaspstraat.
[Onderstreept]
[In rood potlood:]
103/01/2
[Midden:]
Hr. Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
[Hoofdtekst:]
De heer W. Fischjäger dient een doktersverklaring te overleggen, waaruit blijkt dat hij wegens ziekte zijn plaats niet kan bezetten. Intusschen wordt door echtgenoote niet van plaats gebruik gemaakt.
[In de linkermarge:]
Modelbriefje
Acc.
[Onderste gedeelte:]
Aan W. Fischjäger kan m.i. 1/7 - 42 worden toegestaan om gedurende drie maanden geen gebruik v. zij plaats op de markt aan de Gaaspstraat gebruik te maken. Hem moet echter een dokters verklaring wnd [worden] overleggen.
[Stempel linksonder:]
2-9-42
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een interne administratieve notitie van de Inspectie van het Marktwezen in Amsterdam uit 1942. Het betreft de status van de marktplaats van de heer W. Fischjäger op de markt in de Gaaspstraat.
De kern van de notitie is dat de heer Fischjäger vanwege ziekte niet in staat is zijn marktplaats te bezetten. De ambtenaar stelt vast dat ook zijn echtgenote de plek momenteel niet gebruikt. Er wordt geadviseerd om hem officieel toestemming te verlenen om de plaats gedurende drie maanden onbezet te laten, op voorwaarde dat hij een medische verklaring van een arts overlegt.
De verschillende data (van de verzending in juli tot de stempel in september 1942) tonen de doorlooptijd van dit administratieve proces. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De markt aan de Gaaspstraat bevond zich in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid, een wijk die in 1942 een zeer grote Joodse populatie kende. De naam Fischjäger komt voor in de archieven van de Jodenvervolging (onder andere Wolf Fischjäger, wonend aan de nabijgelegen Vechtstraat).
Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig geweerd van reguliere markten of beperkt tot specifieke "Joodse markten". Hoewel deze notitie op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling rondom ziekteverzuim lijkt, illustreert het de strikte bureaucratische controle op marktvergunningen in een tijd waarin de economische positie van Joodse Amsterdammers zwaar onder druk stond. De gevraagde doktersverklaring was essentieel om het recht op de marktplaats niet te verliezen. M. No W. Fischj Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een interne administratieve notitie van de Inspectie van het Marktwezen in Amsterdam uit 1942. Het betreft de status van de marktplaats van de heer W. Fischjäger op de markt in de Gaaspstraat.
De kern van de notitie is dat de heer Fischjäger vanwege ziekte niet in staat is zijn marktplaats te bezetten. De ambtenaar stelt vast dat ook zijn echtgenote de plek momenteel niet gebruikt. Er wordt geadviseerd om hem officieel toestemming te verlenen om de plaats gedurende drie maanden onbezet te laten, op voorwaarde dat hij een medische verklaring van een arts overlegt.
De verschillende data (van de verzending in juli tot de stempel in september 1942) tonen de doorlooptijd van dit administratieve proces. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens".
Historische Context
Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De markt aan de Gaaspstraat bevond zich in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid, een wijk die in 1942 een zeer grote Joodse populatie kende. De naam Fischjäger komt voor in de archieven van de Jodenvervolging (onder andere Wolf Fischjäger, wonend aan de nabijgelegen Vechtstraat).
Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig geweerd van reguliere markten of beperkt tot specifieke "Joodse markten". Hoewel deze notitie op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling rondom ziekteverzuim lijkt, illustreert het de strikte bureaucratische controle op marktvergunningen in een tijd waarin de economische positie van Joodse Amsterdammers zwaar onder druk stond. De gevraagde doktersverklaring was essentieel om het recht op de marktplaats niet te verliezen.