Handgeschreven brief/notitie op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op een archiefkaart. 5 september 1942. Mevrouw Poppers, O'Gravesandeplein 8 III, Amsterdam (Oost). Waarschijnlijk de Joodse Raad of een administratieve instantie (geadresseerd als "M H" - Mijne Heren). ( Wijk 11 ) A'dam 5 sep 1942
M H n.i. Gemp. [?]
Naar aanleiding van uw schrijven
van 4 dezer, zoo moet ik uw berichten
dat mijn man H Poppers O'Gravesandeplein 8
al sedert 5 weken in een werkkamp
is
Hoogachtend
Mevr Poppers
O'Gravesandeplein 8 III
( Oost ) * Inhoud: Mevrouw Poppers reageert op een brief van de geadresseerde van een dag eerder (4 september). Zij informeert de instantie dat haar echtgenoot, H. Poppers, al vijf weken niet meer thuis is omdat hij in een werkkamp verblijft.
* Schrift: Een duidelijk, geoefend handschrift in cursief (lopend schrift), kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw.
* Administratieve sporen: Rechtsboven staat een handgeschreven aantekening, waarschijnlijk door een ambtenaar toegevoegd: "n.i. Gemp." (mogelijk een afkorting voor 'niet in gemeentelijke...' of een specifieke code van de Joodse Raad). De vermelding "Wijk 11" duidt op de indeling van Amsterdam die door de bezetter werd gehanteerd voor de Joodse bevolking.
* Toon: Formeel en zakelijk, ondanks de waarschijnlijk precaire situatie van het gezin. Dit document stamt uit een kritieke fase van de Holocaust in Nederland. In de zomer van 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor de zogenaamde "Joodse werkkampen" in Nederland. Deze kampen dienden vaak als voorportaal voor deportatie naar kamp Westerbork en uiteindelijk naar de vernietigingskampen in het oosten (Polen).
De brief illustreert de bureaucratische realiteit van die tijd: terwijl de systematiek van deportatie zich voltrok, bleven administratieve processen (zoals oproepen of controles) doorgaan. Mevrouw Poppers probeert hier waarschijnlijk aan te tonen dat haar man niet "ondergedoken" of "ongehoorzaam" is, maar reeds door de autoriteiten is weggevoerd. Het adres O'Gravesandeplein ligt in de Oosterparkbuurt, een buurt die in 1942 een aanzienlijke Joodse populatie kende. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt vaak dat dergelijke meldingen de tragische realiteit van verscheurde gezinnen vastlegden vlak voordat ook de achterblijvers werden gedeporteerd. H. Poppers Poppers (Mevrouw) Poppers probeert (Mevrouw) Poppers reageert (Mevrouw)
Samenvatting
- Inhoud: Mevrouw Poppers reageert op een brief van de geadresseerde van een dag eerder (4 september). Zij informeert de instantie dat haar echtgenoot, H. Poppers, al vijf weken niet meer thuis is omdat hij in een werkkamp verblijft.
- Schrift: Een duidelijk, geoefend handschrift in cursief (lopend schrift), kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw.
- Administratieve sporen: Rechtsboven staat een handgeschreven aantekening, waarschijnlijk door een ambtenaar toegevoegd: "n.i. Gemp." (mogelijk een afkorting voor 'niet in gemeentelijke...' of een specifieke code van de Joodse Raad). De vermelding "Wijk 11" duidt op de indeling van Amsterdam die door de bezetter werd gehanteerd voor de Joodse bevolking.
- Toon: Formeel en zakelijk, ondanks de waarschijnlijk precaire situatie van het gezin.
Historische Context
Dit document stamt uit een kritieke fase van de Holocaust in Nederland. In de zomer van 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor de zogenaamde "Joodse werkkampen" in Nederland. Deze kampen dienden vaak als voorportaal voor deportatie naar kamp Westerbork en uiteindelijk naar de vernietigingskampen in het oosten (Polen).
De brief illustreert de bureaucratische realiteit van die tijd: terwijl de systematiek van deportatie zich voltrok, bleven administratieve processen (zoals oproepen of controles) doorgaan. Mevrouw Poppers probeert hier waarschijnlijk aan te tonen dat haar man niet "ondergedoken" of "ongehoorzaam" is, maar reeds door de autoriteiten is weggevoerd. Het adres O'Gravesandeplein ligt in de Oosterparkbuurt, een buurt die in 1942 een aanzienlijke Joodse populatie kende. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt vaak dat dergelijke meldingen de tragische realiteit van verscheurde gezinnen vastlegden vlak voordat ook de achterblijvers werden gedeporteerd.