Handgeschreven administratieve notitie / interne instructie.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie / interne instructie. 16 oktober 1942 (met latere aantekening van 22 oktober 1942). [Bovenaan gecentreerd:]
Spoed.
[Hoofdtekst:]
d.v.p. medebrief naar
mw. J. Fischjäger - v. Collem
Augustastraat 13, II
(moet beslissen of zij persoonlijk
van plaats gebruik wenscht
te maken).
[Rechtsonder de tekst:]
16-10-’42 [paraf]
[Links, diagonaal geschreven:]
Gezien
16-10-’42
[handtekening/naam, lijkt op: de Haas]
[Onderaan in rood potlood:]
60/143/2
[Onderaan in zwart potlood/inkt:]
22/10/42 [paraf] * Inhoud: Het document is een instructie om met spoed een brief te doen uitgaan ("d.v.p. medebrief", waarbij d.v.p. mogelijk staat voor 'dient van post' of een vergelijkbare ambtelijke term) naar mevrouw J. Fischjäger-van Collem. De kern van de boodschap is dat zij moet beslissen of zij "persoonlijk van plaats gebruik wenscht te maken".
* Terminologie: De frase "van plaats gebruik maken" is eufemistisch en bureaucratisch. In de context van oktober 1942 verwijst dit vrijwel zeker naar een toegewezen plek op een transportlijst, een werkverruiming of een tijdelijke vrijstelling (Sperre) waarvoor zij in aanmerking kwam en waarvoor zij haar akkoord of aanwezigheid moest bevestigen.
* Administratieve proces: De notitie laat een procesgang zien: op 16 oktober wordt de instructie geschreven en door een superieur ("Gezien") goedgekeurd. Op 22 oktober wordt het document voorzien van een dossiernummer (60/143/2) en geparafeerd voor afhandeling of archivering. * Historische context: Dit document dateert uit de herfst van 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang waren. De bureaucratie rondom deze deportaties werd deels uitgevoerd door de Joodsche Raad in opdracht van de Duitse bezetter.
* Personen: Johanna Fischjäger-van Collem (geboren in 1891) woonde inderdaad op het adres Augustastraat 13-II in Amsterdam (de huidige Churchill-laan). Uit oorlogsarchieven blijkt dat zij en haar gezin slachtoffer zijn geworden van de Holocaust; zij is in 1943 in Sobibor vermoord.
* Betekenis: Dergelijke documenten zijn van cruciaal historisch belang omdat ze de kille, administratieve realiteit tonen van de Jodenvervolging. Een ogenschijnlijk simpele vraag over het "gebruik maken van een plaats" was in feite een beslissing over leven en dood. J. Fischj
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een instructie om met spoed een brief te doen uitgaan ("d.v.p. medebrief", waarbij d.v.p. mogelijk staat voor 'dient van post' of een vergelijkbare ambtelijke term) naar mevrouw J. Fischjäger-van Collem. De kern van de boodschap is dat zij moet beslissen of zij "persoonlijk van plaats gebruik wenscht te maken".
- Terminologie: De frase "van plaats gebruik maken" is eufemistisch en bureaucratisch. In de context van oktober 1942 verwijst dit vrijwel zeker naar een toegewezen plek op een transportlijst, een werkverruiming of een tijdelijke vrijstelling (Sperre) waarvoor zij in aanmerking kwam en waarvoor zij haar akkoord of aanwezigheid moest bevestigen.
- Administratieve proces: De notitie laat een procesgang zien: op 16 oktober wordt de instructie geschreven en door een superieur ("Gezien") goedgekeurd. Op 22 oktober wordt het document voorzien van een dossiernummer (60/143/2) en geparafeerd voor afhandeling of archivering.
Historische Context
- Historische context: Dit document dateert uit de herfst van 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang waren. De bureaucratie rondom deze deportaties werd deels uitgevoerd door de Joodsche Raad in opdracht van de Duitse bezetter.
- Personen: Johanna Fischjäger-van Collem (geboren in 1891) woonde inderdaad op het adres Augustastraat 13-II in Amsterdam (de huidige Churchill-laan). Uit oorlogsarchieven blijkt dat zij en haar gezin slachtoffer zijn geworden van de Holocaust; zij is in 1943 in Sobibor vermoord.
- Betekenis: Dergelijke documenten zijn van cruciaal historisch belang omdat ze de kille, administratieve realiteit tonen van de Jodenvervolging. Een ogenschijnlijk simpele vraag over het "gebruik maken van een plaats" was in feite een beslissing over leven en dood.