Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en ambtelijke stempels.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en ambtelijke stempels. 14 oktober 1942. Wed. B. Groenteman-van Bezemer, Biesboschstraat 15/ hs, Amsterdam Z. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. [Stempel linksboven:]
№ 103/146/1 M. 1942 16/10
[Rechtsboven:]
173
Amsterdam 14 October 1942
Wed. B. Groenteman-van Bezemer
Biesboschstraat 15/ hs
Amsterdam Z .
Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam W.
----------
[Handgeschreven aantekening:]
m.i. [onleesbaar]
Weled. Heer,
Hierby heb ik de eer U te berichten, dat ik sinds 40 jaar marktkoopvrouw ben in textielgoederen.
By het openen der jodenmarkt Gaaspstraat deed ik het verzoek voor een standplaats op deze markt.
Tot op heden heb ik nog niets vernomen, en verzoek ik U beleefd my te willen berichten of ik voor een standplaats in aanmerking kom.
In afwachting verblyf ik,
Hoogachtend,
[Handgeschreven handtekening:]
B. Groenteman - v Bezemer
[Handgeschreven ambtelijke notities onderaan:]
Wed. Groenteman, sollicitante m. 2528
Gaaspstraat, werd 6 Jan '42 geschrapt
wegens niet accepteeren van een vaste
plaats.
J. 19/10 '42
Verzoek kan m.i. niet worden
ingewilligd
19-10-42
[Paraaf]
[In rood geschreven:]
103/146/1
27/10 '42
[Paraaf]
[Rechtsonder:]
niet aan verzoek
kan worden voldaan.
103 In deze brief verzoekt Bertha Groenteman-van Bezemer, een weduwe en ervaren marktkoopvrouw met 40 jaar ervaring in textiel, om een standplaats op de jodenmarkt in de Gaaspstraat. Ze refereert aan een eerder verzoek waarop zij nog geen antwoord heeft ontvangen.
De ambtelijke reactie onderaan de brief is zakelijk en afwijzend. Uit de interne notities blijkt dat mevrouw Groenteman op 6 januari 1942 van de lijst van sollicitanten was geschrapt omdat zij destijds een aangeboden "vaste plaats" zou hebben geweigerd. Op basis daarvan adviseert de ambtenaar op 19 oktober 1942 dat het verzoek niet kan worden ingewilligd. De uiteindelijke beslissing ("niet aan verzoek kan worden voldaan") wordt op 27 oktober 1942 bekrachtigd.
De brief is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van zaken die de Joodse bevolking betroffen tijdens de bezetting, waarbij jarenlange ervaring en persoonlijke omstandigheden ondergeschikt waren aan strikte ambtelijke regels en eerdere besluitvorming. Dit document dateert uit oktober 1942, een dieptepunt in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Sinds 1941 hadden de Duitse bezetters Joden de toegang tot reguliere markten ontzegd en hen gedwongen te handelen en te kopen op speciaal daarvoor aangewezen 'jodenmarkten', zoals die in de Gaaspstraat (geopend in november 1941).
De afzender, Bertha Groenteman-van Bezemer (geboren in 1874), was een Joodse vrouw. Terwijl zij deze brief schreef om in haar levensonderhoud te kunnen blijven voorzien, waren de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen al in volle gang. Historische bronnen bevestigen dat Bertha Groenteman-van Bezemer de oorlog niet heeft overleefd; zij werd in 1943 in Sobibor vermoord. De kille, administratieve afwijzing van haar verzoek voor een marktplaats vormt een wrang contrast met de existentiële dreiging waaraan zij op dat moment blootstond. B. Groenteman Marktwezen