Brief (doorslag/kopie)
Origineel
Brief (doorslag/kopie) 7 november 1942 De Directeur (onbekende instantie, mogelijk gemeentelijk of van een bezettingsorgaan) Den Heer G. Broekman, Eemsstraat 34, Amsterdam-Zuid [Handgeschreven in rood:] Verzonden 7/11
[Rechtsboven:] HB.
[Adresblok:]
den Heer G. Broekman,
Eemsstraat 34,
Amsterdam-Zuid.
[Rechtsmidden:] Wijk 22 a.
[Linksmidden:] 103/161/2 M.
[Rechtsonder de adresgegevens:] 7 November 1942.
[Body tekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 October j.l., deel ik U mede, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan.
[Onderschrift:]
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een formele afwijzing. De afzender, aangeduid als "De Directeur", reageert op een schrijven van de heer G. Broekman van 29 oktober 1942. De inhoud van het oorspronkelijke verzoek wordt niet expliciet genoemd, maar de weigering is categorisch en zonder opgaaf van redenen geformuleerd ("...niet kan worden voldaan"). De codes zoals "HB.", "Wijk 22 a." en "103/161/2 M." duiden op een strikte administratieve verwerking binnen een grotere organisatie. De handgeschreven notitie "Verzonden 7/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd. De datum van de brief, 7 november 1942, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger woonde in de Eemsstraat in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid), een wijk waar in die periode zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. In 1942 waren de deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang.
Hoewel de exacte aard van het verzoek niet vermeld wordt, is het zeer waarschijnlijk dat het een verzoek betrof om een vrijstelling (Sperre), uitstel van oproep voor de werkkampen, of een andere administratieve gunst om aan vervolging te ontkomen. De droge, bureaucratische toon van de afwijzing is typerend voor de onverbiddelijke administratieve machine van die tijd. Onderzoek in archieven (zoals het Joods Monument) leert dat op Eemsstraat 34 inderdaad Joodse bewoners geregistreerd stonden die tijdens de oorlog zijn weggevoerd en vermoord. G. Broekman
Samenvatting
Deze korte, zakelijke brief is een formele afwijzing. De afzender, aangeduid als "De Directeur", reageert op een schrijven van de heer G. Broekman van 29 oktober 1942. De inhoud van het oorspronkelijke verzoek wordt niet expliciet genoemd, maar de weigering is categorisch en zonder opgaaf van redenen geformuleerd ("...niet kan worden voldaan"). De codes zoals "HB.", "Wijk 22 a." en "103/161/2 M." duiden op een strikte administratieve verwerking binnen een grotere organisatie. De handgeschreven notitie "Verzonden 7/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd.
Historische Context
De datum van de brief, 7 november 1942, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger woonde in de Eemsstraat in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid), een wijk waar in die periode zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. In 1942 waren de deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang.
Hoewel de exacte aard van het verzoek niet vermeld wordt, is het zeer waarschijnlijk dat het een verzoek betrof om een vrijstelling (Sperre), uitstel van oproep voor de werkkampen, of een andere administratieve gunst om aan vervolging te ontkomen. De droge, bureaucratische toon van de afwijzing is typerend voor de onverbiddelijke administratieve machine van die tijd. Onderzoek in archieven (zoals het Joods Monument) leert dat op Eemsstraat 34 inderdaad Joodse bewoners geregistreerd stonden die tijdens de oorlog zijn weggevoerd en vermoord.