Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 30 oktober 1942 (ingekomen/verwerkt op 2 en 4 november 1942). E. Drukker, Oudeschans 58 II, Amsterdam. De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. 30-10-1942.
269
Aan den Heer Inspecteur v/h marktwezen te
Amsterdam
Mijnheer
Mijn man is 4 weken geleden weggehaald en
nu heeft hij zijn marktskaart bij zich Daar
ik als ik weer beter ben op de markt. Ga aspth
ga uitpakken daar ik voor mij en mijn kind
doch mijn brood moet verdienen. Verzoek ik u
beleefd een duplicaat markts-kaart aan mij te
sturen ik heb een ziekenbriefje van den dokter
aan den marktmeester afgegeven en heb geregeld
mijn marktsgeld doorbetaalt.
Hoopende dat gij aan mijn verzoek zal voldoen
Hoogachtend.
E Drukker.
Oudeschans 58. II.
Adam.
[Ambtelijke kanttekeningen onderaan:]
Hr. Gombault
gegeven aan Hr. Gombault!
echtgenoote: G. van Rooijen geb. 22/7 '05.
kopie kaart naar marktambtenaar gezonden
J 4/11 '42
is gebeurd
[onleesbaar/Vbg?]
7/11 '42 De brief is geschreven door een vrouw, E. Drukker (waarschijnlijk Esther Drukker-van Rooijen, gezien de aantekening onderaan), die in een precaire situatie verkeert. Haar man is "weggehaald", een eufemisme dat in 1942 in Amsterdam bijna altijd duidde op arrestatie of deportatie door de bezetter. Omdat haar man de originele marktkas (vergunning) bij zich heeft, kan zij zijn standplaats op de markt niet innemen om in het levensonderhoud van haarzelf en haar kind te voorzien.
Zij verzoekt om een duplicaat-kaart. Uit de tekst blijkt dat zij zelf ook ziek is geweest ("als ik weer beter ben"), maar dat zij de administratieve zaken (ziekenbriefje, betaling marktgeld) nauwgezet heeft bijgehouden om haar rechten niet te verliezen. De ambtelijke notities onderaan laten zien dat het verzoek in behandeling is genomen; er is gecontroleerd wie zijn echtgenote is en er is een kopie van de kaart verzonden naar de marktambtenaar. Dit document vormt een hartverscheurend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De datum, oktober 1942, valt midden in de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers. De Oudeschans lag in de Jodenbuurt.
Terwijl de wereld van de afzender instort doordat haar man is weggevoerd, dwingt de bittere noodzaak tot overleven haar om zich tot de officiële instanties te wenden voor het behoud van hun bestaansmiddel: de marktplaats. Het contrast tussen het persoonlijke drama ("man weggehaald") en de ambtelijke afhandeling (het verifiëren van geboortedata en het doorsturen van kopieën) is typerend voor de archieven uit deze periode. Veel Joodse marktkooplieden probeerden via deze weg hun nering voort te zetten, totdat de bezetter de Joodse bevolking stapsgewijs volledig uitsloot van het economische leven. E. Drukker G. van Rooijen Marktwezen