Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 19 maart 1943. No.294 G.B.1943.
26/LM 1943
No. / / / 18 / M. 1943 [stempel] /
Uitsluiting firma van opdrachten van en leveringen aan Gemeente.
[Handgeschreven parafen/aantekeningen: "by Marktw", "nu Dr", "opb 8"]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 19 Maart 1943.
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur der Gemeentewaterleidingen van 15 Maart 1943, Afd.D.No.66 Kab., waarbij wordt medegedeeld, dat de aannemer W.de Bruin, lid van de firma Wed.A.de Bruin's Aannemersbedrijf te Mijdrecht, een ambtenaar van genoemden dienst er van heeft beschuldigd, dat hij, toen hij belast was met het toezicht op de uitvoering door genoemde firma van werken voor de Gemeentewaterleidingen in het gebied der Loosdrechtsche plassen, van die firma ongeveer 25 malen steekpenningen tot bedragen, varieerende van f.10 tot f.500 per keer, heeft aangenomen en zich bovendien door haar verschillende malen goederen voor particulier gebruik heeft laten schenken;
Overwegende, dat de bedoelde ambtenaar de tegen hem ingebrachte beschuldigingen heeft ontkend en bij den Officier van Justitie te Utrecht een aanklacht wegens smaad tegen W.de Bruin heeft ingediend;
B e s l u i t :
de firma Wed.A.de Bruin's Aannemersbedrijf te Mijdrecht, benevens haar firmanten, met ingang van heden voorloopig uit te sluiten van opdrachten van en leveringen aan de Gemeente.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Gemeentebedrijven (14 stuks), Publieke Werken (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.
C.S.Stadhuis
A'dam 3-'43
No,92.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel] Dit document betreft een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte) om een aannemersbedrijf uit Mijdrecht uit te sluiten van toekomstige opdrachten. De aanleiding is een ernstige beschuldiging van corruptie: aannemer W. de Bruin beweerde een ambtenaar van de Gemeentewaterleidingen circa 25 keer te hebben omgekocht met bedragen tussen de 10 en 500 gulden, evenals met goederen voor privégebruik.
Opmerkelijk is dat de maatregel (de uitsluiting van de firma) wordt genomen terwijl het onderzoek nog loopt; de ambtenaar in kwestie ontkent namelijk de feiten en heeft een tegenaangifte wegens smaad ingediend. De gemeente kiest hier voor een preventieve en repressieve houding door de zakelijke relatie direct te verbreken. Het document dateert uit maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Hoewel de tekst een puur civiele/administratieve kwestie van corruptie bij openbare werken (bij de Loosdrechtse plassen) lijkt te behandelen, moet de context van het nationaalsocialistische bestuur niet uit het oog worden verloren. Onder het bewind van de door de bezetter aangestelde burgemeester Voûte werd er streng opgetreden tegen vermeende malversaties om een beeld van een "zuiver" en efficiënt bestuur uit te stralen.
De ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris. De brede verspreiding van het besluit (zoals onderaan vermeld aan tal van afdelingen zoals Publieke Werken en de Gemeente-ontvanger) diende om te verzekeren dat de firma nergens binnen het gemeentelijk apparaat nog aan de bak zou komen.