Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten).
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten). 19 maart 1943. No.1450 A.Z.1942.
~~112 LM 1943~~
No. 11/19/1 M. 1943 [paarse stempel]
Intrekking besluit tot instelling van het Gemeentelijk Bureau voor Huisvesting.
[handgeschreven rechtsboven:]
Marktb.
mj. su
opl/J
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 19 Maart 1943.
De Burgemeester van Amsterdam;
B e s l u i t :
in te trekken zijn besluit van 18 December 1942, No.1450^V A.Z.1942, tot instelling van een Gemeentelijk Bureau voor Huisvesting.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Algemeene Zaken (6 stuks), Publieke Werken (4 stuks), Volkshuisvesting (3 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paarse stempel]
C.S.Stadhuis
A'dam 3-'43
No.88. Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit genomen door de Burgemeester van Amsterdam op 19 maart 1943. De kern van het besluit is de intrekking van een eerder besluit uit december 1942 waarmee het 'Gemeentelijk Bureau voor Huisvesting' werd opgericht.
De administratieve aard van het document blijkt uit de gedetailleerde lijst van afdelingen die een afschrift moeten ontvangen (zoals Publieke Werken en Volkshuisvesting), wat duidt op de brede impact van dit besluit binnen het ambtelijk apparaat. De paarse stempels en diverse referentienummers (zoals No. 1450 A.Z.1942) wijzen op een strikte dossiervorming. De handgeschreven krabbels rechtsboven zijn waarschijnlijk parafen van ambtenaren of afkortingen van afdelingen (bijv. 'Marktb.' voor Marktwezen) die het document hebben verwerkt. Het document dateert uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte. Het intrekken van het besluit om een gecentraliseerd woningbureau op te richten, slechts drie maanden na de instelling ervan, suggereert een snelle koerswijziging of interne machtsstrijd binnen de gemeentelijke hiërarchie.
Tijdens de bezetting was huisvesting een uiterst gevoelig en politiek beladen onderwerp in Amsterdam. Door de deportatie van Joodse Amsterdammers kwamen duizenden woningen vrij, die onder toezicht van de bezetter en de gemeente opnieuw werden toegewezen. De oprichting (en snelle opheffing) van specifieke bureaus voor huisvesting was vaak direct gerelateerd aan de pogingen van de bezettingsautoriteiten om meer grip te krijgen op de Amsterdamse woningmarkt en het beheer van in beslag genomen goederen. J.F. Franken, die het document tekent, was een carrière-ambtenaar die gedurende de gehele oorlog als gemeentesecretaris aanbleef. J.F. Franken Gemeente Amsterdam Marktwezen Publieke Werken Stadhuis