Officieel besluit/verslag van een gemeente (waarschijnlijk afdeling Publieke Werken).
Origineel
Officieel besluit/verslag van een gemeente (waarschijnlijk afdeling Publieke Werken). -4-
1942 met betrekking tot de werken, die gegund zijn vóór 29 Augustus 1939 en meer speciaal voor de wijze van vergoeding der hoogere kosten, ontstaan nà 9 Mei 1940. Hieromtrent staat in die circulaire vermeld, dat de aannemers van vóór 29 Augustus 1939 gegunde werken ook een tegemoetkoming in de voor hen nà 9 Mei 1940 ontstane hoogere kosten zullen ontvangen in die gevallen, dat deze hun krachtens deel II van de nieuwe regeling kan worden toegekend.
Spreker wijst er op, dat in het besluit van Burgemeester en Wethouders van 7 Augustus 1940, No. 473 P.W.1940, staat vermeld, dat voor de op 10 Mei 1940 in uitvoering zijnde bestekken van gemeentewerken eenzelfde gedragslijn ten aanzien van de aan de aannemers toe te kennen schadevergoeding ware te volgen als voor de Rijkswerken is voorgeschreven.
In verband hiermede komt het spreker nuttig voor, dat voor de afrekening van de genoemde categorie van werken door de Gemeente de regeling van den Rijkswaterstaat wordt gevolgd.
Aangezien echter de in laatstgenoemd besluit bedoelde regeling op enkele punten, met name wat betreft de vergoeding van buiten gebruik gebleven materieel, gunstiger is dan de nieuwe regeling, acht spreker het gewenscht, dat schaderekeningen van aannemers van vóór 29 Augustus 1939 gegunde werken, welke op 10 Mei 1940 nog in uitvoering waren, van dien datum af, aldus behandeld zullen worden, dat voor ieder punt afzonderlijk de gunstigste bepaling uit de regeling bedoeld in het besluit van Burgemeester en Wethouders van 7 Augustus 1940, No. 473 P.W.1940, dan wel uit deel II, van de onderstaande nieuwe regeling zal worden toegepast.
Voor zoover verzoeken om tegemoetkoming in de hoogere kosten van vorenbedoelde aannemers reeds zijn afgehandeld, dient z.i. een hernieuwd verzoek hunnerzijds opnieuw in behandeling te worden genomen, waarbij met het vorenstaande rekening ware te houden.
Op grond van het vorenstaande stelt spreker voor de nieuwe regeling – behoudens enkele wijzigingen – ook in de bestekken voor de door de Gemeente uit te voeren werken te doen opnemen, waarbij de leden 5, 7 en 8 van deel III aan den aard van het werk kunnen of moeten worden aangepast.
De Burgemeester kan zich met het bovenstaande wel vereenigen en besluit:
A. ten behoeve van bestekken, welke nog moeten worden aanbesteed, de "bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer", vastgesteld bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 7 Augustus 1940, No. 473 P.W.1940 en laatstelijk gewijzigd bij zijn besluit van 9 Januari 1942, No. 813 P.W.1941, te vervangen door de volgende "bijzondere bepalingen in verband met oorlogsomstandigheden enz. en met liquidatie van het werk".
Bijzondere bepalingen in verband met oorlogsomstandigheden enz. en met liquidatie van het werk.
I. 1. Indien krachtens het bestek te bezigen materialen – uitgezonderd hulpmaterialen en uitgezonderd grond en zand voor grondwerken – benevens de voor de uitvoering noodige brandstoffen, en/of de vrachten voor de ten tijde van de aanbesteding normale wijze van aanvoer van deze materialen en brandstoffen tot op het werkterrein in prijs stijgen, dan wel loonen van bij de uitvoering van het werk tewerkgestelden verhoogd moeten worden, heeft de aannemer, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, aanspraak op vergoeding van de meerdere kosten.
2. Geen vergoeding zal worden gegeven indien en voor zoover de aannemer nagelaten heeft al datgene te doen, wat redelijkerwijze van hem gevorderd kan worden om risico bij de aanschaffing van materialen en brandstoffen te beperken.
3. Voor vergoeding wegens prijsstijging komen uitsluitend in aanmerking die te bezigen materialen en brandstoffen, waarvan de aanschaffingskosten voor de totale per soort noodige hoeveelheden ten tijde van de aanbesteding meer dan f. 300.- of meer dan 2% van de aannemingssom bedragen, waarbij soortgelijke materialen tezamen kunnen worden genomen (b.v. consstructie-ijzer en betonijzer als ijzer). De beslissing, welke materialen of brandstoffen tot eenzelfde soort behooren, berust bij de directie, die daarbij rekening zal houden met de indeeling in soorten gevolgd in de publicaties van de in lid 6 genoemde commissie. * Context: Dit document weerspiegelt de economische onzekerheid tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Door de oorlog stegen de prijzen van grondstoffen en arbeid explosief.
* Kern van het besluit: De gemeente past de regels aan voor aannemers die vóór de inval (9 mei 1940) een contract hadden getekend voor werken die nog in uitvoering waren. Er wordt gekozen voor een "gunstigste bepaling"-principe: de aannemer krijgt de beste voorwaarden uit ofwel de oude regeling (1940) of de nieuwe regeling (1942).
* Financiële drempel: Er wordt een drempel ingesteld voor vergoedingen (artikel I.3). Een prijsstijging wordt pas gecompenseerd als het bedrag groter is dan 300 gulden of meer dan 2% van de totale aanneemsom bedraagt. Dit diende om kleine administratieve lasten te beperken.
* Verantwoordelijkheid: De aannemer heeft een inspanningsverplichting (artikel I.2) om risico's te beperken; onzorgvuldigheid leidt tot uitsluiting van vergoeding. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de bouwsector in Nederland te maken met enorme schaarste aan materialen zoals ijzer en brandstoffen. De overheid en gemeenten moesten hun contracten herzien (vaak gebaseerd op de UAV - Uniforme Administratieve Voorwaarden) om te voorkomen dat aannemers massaal failliet zouden gaan door de "oorlogsomstandigheden". De afkorting "P.W." staat zeer waarschijnlijk voor Publieke Werken, de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor infrastructuur en bouw. De genoemde datum 10 mei 1940 markeert het begin van de vijandelijkheden in Nederland, wat juridisch vaak als het omslagpunt voor "overmacht" en onvoorziene kosten werd gebruikt.