Getypt reglement/overeenkomst betreffende aanbestedingsvoorwaarden.
Origineel
Getypt reglement/overeenkomst betreffende aanbestedingsvoorwaarden. -5-
4. De vergoeding zal bedragen 100% van de prijsstijging van de voor vergoeding in aanmerking komende materialen en brandstoffen en van de vrachten voor den aanvoer van de benoodigde materialen en brandstoffen en van de loonen (met inbegrip van de sociale lasten tot een door het Hoofd van het Departement van Waterstaat, de Commissie bedoeld in lid 6, gehoord, te bepalen percentage).
5. Onder prijsstijging van materialen en brandstoffen en van vrachten voor den aanvoer van de benoodigde materialen en brandstoffen tot op het werkterrein wordt in deze regeling verstaan, het verschil tusschen den standaardprijs, geldende ten tijde, dat de aanschaffing (c.q. aanvoer) geschiedde of met inachtneming van het bepaalde in het 2e lid had behooren te zijn geschied en den standaardprijs, geldende ten tijde van de aanbesteding.
Onder aanvoer van de benoodigde materialen en brandstoffen tot op het werkterrein wordt verstaan de aanvoer tot op de plaats op het werkterrein waar deze materialen en brandstoffen aanvankelijk worden opgeslagen of terstond worden verwerkt.
Onder stijging van loonen wordt in deze regeling verstaan het verschil tusschen de standaardloonen ten tijde van de loonbetaling en de standaardloonen ten tijde van de aanbesteding.
6. Onder standaardprijzen en standaardloonen, in het vorige lid bedoeld, worden verstaan de prijzen en loonen, welke periodiek zullen worden verzameld of opgemaakt door een Commissie. Deze Commissie zal daarbij uitgaan van de maximumprijzen, welke volgens wettelijke voorschriften voor het betrokken tijdstip gelden. De leden van deze Commissie worden door het Hoofd van het Departement van Waterstaat benoemd en ontslagen, welk Hoofd ook bevoegd is voor de Commissie een reglement vast te stellen.
Door de Commissie afgegeven prijzen zijn bindend voor beide partijen.
7. Indien tijdens de uitvoering van het werk krachtens het bestek te bezigen materialen en voor de uitvoering noodige brandstoffen, als bedoeld in lid 3, en/of vrachten, in prijs dalen dan wel loonen van bij de uitvoering tewerkgestelden verlaagd worden, zal 100% van de mindere kosten wegens prijsdaling van materialen, brandstoffen en vrachten en van de mindere kosten wegens verlagingen van loonen, op de aannemingssom gekort worden. Onder mindere kosten wordt dan verstaan het verschil in kosten met inachtneming van de standaardprijzen volgens de leden 5 en 6.
II. 1. Er kan bovendien een tegemoetkoming worden toegekend in de, ten gevolge van de na de besteding door den oorlog ingetreden omstandigheden, voor den aannemer ontstane hoogere kosten, welke niet vallen onder deel I.
2. De vaststelling van het bedrag der tegemoetkoming geschiedt voor beide partijen bindend door den Burgemeester van Amsterdam, rekening houdend met een door den aannemer vóór de gunning van het werk in 6-voud over te leggen uitvoerig werkplan, waarin o.a. soort en hoeveelheid van het te bezigen materieel zijn vermeld, terwijl bovendien aandacht zal worden geschonken aan de bij dit werkplan behoorende begrooting van kosten, sluitende op het bedrag van de inschrijvingssom, welke begrooting moet zijn opgemaakt overeenkomstig een door den aanbesteder te verstrekken schema.
3. Aan den aannemer zal, gelijktijdig met het bericht van gunning een gewaarmerkt exemplaar worden uitgereikt van het in het vorige lid bedoelde werkplan met begrooting.
4. Indien de aannemer meent, dat hij voor een tegemoetkoming als in lid 1 bedoeld in aanmerking komt, dan doet hij daarvan zoo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken nadat de hoogere kosten hem hadden kunnen blijken, mededeeling aan de Directie.
5. Zoo spoedig als de werken zoover voltooid zijn, dat een overzicht kan zijn verkregen, zendt de aannemer een gemotiveerde schaderekening, desgewenscht met toelichting, in aan de Directie, die omtrent deze rekening een advies, bestemd voor den Burgemeester, opstelt. De Directie stelt den aannemer in de gelegenheid kennis te nemen van vorenbedoeld advies; de aannemer is bevoegd om, binnen drie weken een memorie daaromtrent in te dienen, welke, met het eerder genoemde advies van de Directie, door haar tusschenkomst en met haar opmerkingen, aan den Burgemeester wordt ingezonden. Dit document betreft een juridisch en financieel reglement voor openbare werken, specifiek gericht op de risicoverdeling tussen de opdrachtgever (overheid) en de aannemer. De kern van de tekst draait om de compensatie voor prijsstijgingen van materialen, brandstoffen, vrachtkosten en lonen.
Belangrijke punten:
* Indexatie: Er wordt gebruik gemaakt van 'standaardprijzen' en 'standaardlonen', vastgesteld door een speciale commissie van het Departement van Waterstaat. Dit systeem moest willekeur voorkomen en een objectieve maatstaf bieden voor prijsfluctuaties.
* Wederkerigheid: Lid 7 is cruciaal; het bepaalt dat prijsdalingen direct in mindering worden gebracht op de aannemingssom. Het risico en het voordeel liggen dus volledig bij de opdrachtgever.
* Oorlogsclausule (Deel II): Er wordt expliciet verwezen naar kosten die ontstaan zijn door "door den oorlog ingetreden omstandigheden". Dit duidt op extra onkosten buiten de normale prijsstijgingen om (bijvoorbeeld schaarste, transportbelemmeringen of verplichte maatregelen).
* Rol van de Burgemeester: Voor werken in Amsterdam fungeert de Burgemeester als de uiteindelijke arbiter die beslist over de hoogte van de tegemoetkoming, gebaseerd op een gedetailleerd werkplan en advies van de Directie. Dit document is hoogstwaarschijnlijk opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Tijdens deze periode was er sprake van extreme inflatie, schaarste aan bouwmaterialen en brandstoffen, en een strikte regulering van de economie (de 'prijsbeheersing').
Overheidsprojecten moesten doorgang vinden, maar aannemers konden door de onvoorspelbare kosten geen vaste prijzen meer garanderen zonder failliet te gaan. Dit leidde tot de invoering van complexe indexeringsregelingen en 'oorlogstoeslagen'. Het feit dat de Burgemeester van Amsterdam hier als beslissende autoriteit wordt genoemd, wijst op een specifiek Amsterdams gemeentelijk project of een algemene verordening die door de gemeente werd gehanteerd voor haar stadswerken in die periode. De administratieve precisie (bijv. het werkplan in 6-voud) is kenmerkend voor de bureaucratische controle in die tijd.