Officiële correspondentie (brief) van de PTT.
Origineel
Officiële correspondentie (brief) van de PTT. 2 juli 1943. De Directeur van den Plaatselijken Telefoondienst te Amsterdam (Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie). Den Heer Directeur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. Bedr.no 0/1902/0407
STAATSBEDRIJF DER POSTERIJEN, TELEGRAFIE EN TELEFONIE
PLAATSELIJKE TELEFOONDIENST TE AMSTERDAM
C. Telefoon 42404-30004 Gem. Girorekening No. 46 Postgiro No. 166000
No. 7904/1'43 AMSTERDAM (C), 2 Juli 1943.
HEERENGRACHT 295
Gelieve bij beantwoording DATUM
en NUMMER dezes te vermelden
Den Heer Directeur van het
Marktwezen Amsterdam,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m - W .
[Stempel in paars:] No. 1/27/6 M. 1943 [met handgeschreven toevoeging in potlood:] 2/7
[Handgeschreven aantekeningen in rood en blauw-paars, waaronder:] n.v. Dir [gevolgd door onleesbare paraaf]
Naar aanleiding van Uw aanvraag om telefoonaansluiting dd 5 Juni 1943, no 1/27/2M, voor het marktkantoor Noordermarkt, die door het Hoofdbestuur der PTT ter behandeling aan mijn dienst werd doorgezonden, moet ik U mededeelen, dat daaraan niet kan worden voldaan omdat het verwerken van het voor den aanleg noodige materiaal niet is toegestaan.
De Directeur
van den Plaatselijken
Telefoondienst te Amsterdam,
[Handtekening, onleesbaar]
[Onderaan handgeschreven in potlood:] als 1/27/5
[Onderaan gecentreerd in potlood:] 7
[Linksonder drukkergegevens:]
Model 97 P.T.A.
Stadsdrukkerij Amsterdam
3617-2-43-2500 In deze brief wijst de Amsterdamse Telefoondienst een aanvraag van de Dienst van het Marktwezen af. De aanvraag betrof een nieuwe telefoonaansluiting voor het kantoor op de Noordermarkt. De reden voor de afwijzing is strikt bureaucratisch maar veelzeggend voor de tijd: het "verwerken van het voor den aanleg noodige materiaal" is niet toegestaan.
Dit duidt op een officieel verbod op het gebruik van schaarse materialen (zoals koperdraad) voor niet-essentiële civiele doeleinden. De brief is een typisch voorbeeld van de ambtelijke communicatie tijdens de bezettingsjaren, waarbij schaarste en centrale beperkingen de dienstverlening dicteerden. De brief dateert van juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan grondstoffen. Metaal, waaronder koper voor telefoonlijnen, was essentieel voor de Duitse oorlogsindustrie en werd daarom streng gerantsoeneerd of gevorderd.
De PTT stond onder toezicht van de bezetter. Nieuwe aansluitingen werden alleen in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan, meestal enkel wanneer zij direct bijdroegen aan de openbare orde of het belang van de bezetter dienden. Hoewel de Dienst van het Marktwezen verantwoordelijk was voor de voedseldistributie in de stad (wat cruciaal was), werd een extra aansluiting op de Noordermarkt blijkbaar niet als prioritair beschouwd om de materiaalstop te omzeilen. Het adres van de afzender, Heerengracht 295, was de vaste zetel van de Amsterdamse telefoondienst.