Officiële circulaire/dienstbrief.
Origineel
Officiële circulaire/dienstbrief. Departement van Financiën, Afdeeling Accijnzen (ondertekend door H. Postma, Waarnemend Secretaris-Generaal). Afdeeling:
ACCIJNZEN.
No.5.
's-Gravenhage, 10 October 1941.
Onderwerp:
Omzetbelasting.
Leveringen aan publiekrechtelijke lichamen.
Heeren Directeurs der directe belastingen, enz.
Heeren Directeurs van 's Rijks belastingen.
Het is mij gebleken, dat ondernemers, die goederen leveren aan publiekrechtelijke lichamen, moeilijkheden ondervinden, aangezien zij niet steeds kunnen beoordeelen of het leveringen aan ondernemers dan wel aan anderen dan ondernemers betreft. Ingevolge paragraaf 3 van de Uitvoeringsresolutie-Omzetbelasting 1941 kunnen immers publiekrechtelijke lichamen alle goederen als ondernemer betrekken, met uitzondering echter van de goederen, welke zijn bestemd voor den aanleg, den bouw, de verbetering of de herstelling van onroerende goederen. Dit laatste sluit nochtans niet uit dat de tot publiekrechtelijke lichamen behoorende diensten en bedrijven, die als ondernemer in den zin van het Besluit zijn aan te merken, ook de voor den aanleg enz. van onroerende goederen bestemde goederen als ondernemer kunnen betrekken.
De tot publiekrechtelijke lichamen behoorende inrichtingen, enz., welke onder artikel 11, no.1, van het Besluit op de Omzetbelasting worden gerangschikt, worden verder op grond van paragraaf 12 van de genoemde Uitvoeringsresolutie met betrekking tot de daar bedoelde goederen niet als ondernemer aangemerkt.
In verband hiermede keur ik goed, dat als volgt wordt gehandeld. Ondernemers kunnen alle goederen aan publiekrechtelijke lichamen afleveren als waren zij bestemd voor een ondernemer, met uitzondering van die goederen, ten aanzien waarvan het lichaam uitdrukkelijk verklaart, dat zij niet als ondernemer worden betrokken. Op die verklaringen kan in voorkomende gevallen paragraaf 14, vierde lid, van de Leidraad-Omzetbelasting 1940 toepassing vinden.
Geven de publiekrechtelijke lichamen ten onrechte een zoodanige verklaring niet af, dan kan in daartoe leidende gevallen aan hen terzake een navorderingsaanslag worden opgelegd.
DE WND. SECRETARIS-GENERAAL
VAN HET DEPARTEMENT VAN FINANCIEN,
H. Postma
(Stempels en bijschriften onderaan het document:)
DIENST. DEPARTEMENT van BINNENLANDSCHE ZAKEN
Den Heer Directeur van het Marktwezen
J.v.Galenstraat 14
Amsterdam W.
(Verticaal stempel linksonder:)
GEMEENTEBELASTINGEN HOOFDKANTOOR
HEERENGRACHT 196
AMSTERDAM C.
(Stempel rechtsonder:)
No. 1161
Van het Gemeentebestuur van Amsterdam * Kern van de inhoud: Het document betreft een administratieve versoepeling voor ondernemers die leveren aan de overheid (publiekrechtelijke lichamen). Vanwege onduidelijkheid over wanneer de overheid als 'ondernemer' (met gunstigere belastingregels) optreedt, wordt bepaald dat de leverancier er standaard van uit mag gaan dat de overheid als ondernemer handelt, tenzij de overheidsinstantie zelf expliciet aangeeft dat dit niet het geval is.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de Uitvoeringsresolutie-Omzetbelasting 1941 en de Leidraad-Omzetbelasting 1940.
* Sanctiebeleid: De verantwoordelijkheid voor de juiste belastingstatus wordt verschoven naar het publiekrechtelijke lichaam. Bij een onterechte nalatigheid om een verklaring af te geven, riskeert de overheidsinstantie zelf een navorderingsaanslag.
* Bureaumatische route: Het document is een prachtig voorbeeld van de bureaucratische keten. Het start bij het landelijke Departement van Financiën, gaat via Binnenlandse Zaken naar de Gemeentebelastingen Amsterdam en eindigt bij de specifieke dienst 'Marktwezen' aan de Jan van Galenstraat. * Historische periode: Dit document is gedateerd op 10 oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Bestuur onder bezetting: Hoewel de top van de departementen onder toezicht stond van de bezetter, bleef de dagelijkse belastingadministratie grotendeels functioneren volgens de bestaande Nederlandse ambtelijke structuren. H. Postma, de ondertekenaar, was een topambtenaar die gedurende de oorlog als waarnemend Secretaris-Generaal op Financiën fungeerde.
* Economisch belang: De omzetbelasting was een relatief nieuwe belasting (ingevoerd in 1933, maar grondig herzien vlak voor en tijdens de oorlog). In oorlogstijd was een efficiënte belastinginning cruciaal voor het draaiende houden van de economie en het financieren van de (door de bezetter opgelegde) kosten. Dit document probeert "zand in de machine" bij leveringen aan de overheid te voorkomen door de bewijslast te vereenvoudigen.