Getypte zakelijke brief op briefpapier van de stichting.
Origineel
Getypte zakelijke brief op briefpapier van de stichting. 12 augustus 1943 (verzonden), 13 augustus 1943 (ontvangststempel). Stichting ter behartiging van den Nederlandschen Detailhandel in Aardappelen „CENTRAAL BELANG”, Den Haag/Amsterdam. [Briefhoofd]
Stichting ter behartiging van den Nederlandschen Detailhandel in Aardappelen „CENTRAAL BELANG”
LAAN COPES VAN CATTENBURCH 92 — 's-GRAVENHAGE — TELEFOON 555189
POSTGIRO 280483
[Stempel rechtsboven]
13 AUG. 1943
AMSTERDAM, 12 Augustus 1943.
Aan het Marktwezen te
Amsterdam.
Mijne Heeren,
Hierdoor deel ik U mede, dat de Heeren D.Blanken, Linnaeusparkweg 127 en A.Meijboom, gewoond hebbende Witte de Withstraat 27, beide te Amsterdam, geen van beide meer betrokken zijn in eenige zaak in ons bedrijf.
Beide personen komen niet in aanmerking voor een erkenning van Centraal-Belang of voor een Bewijs van inschrijving van de Vakgroep Detailhandel in Aardappelen, Groenten en Fruit.
Hoogachtend,
[handtekening]
Inspecteur
Centraal Belang.
BANKIER: NEDERLANDSCHE MIDDENSTANDSBANK
K 387 Deze brief is een formele mededeling van de stichting „Centraal Belang” aan de Amsterdamse marktmeesters. De kernboodschap is dat twee specifieke personen, D. Blanken en A. Meijboom, niet langer deel uitmaken van de door de stichting gereguleerde bedrijfsvoering.
Belangrijker is de tweede alinea: de inspecteur stelt expliciet dat deze personen geen "erkenning" krijgen en geen "Bewijs van inschrijving" van de betreffende Vakgroep. In de context van de toenmalige regelgeving betekende dit effectief een beroepsverbod voor de handel in aardappelen, groenten en fruit. Zonder deze papieren was het in 1943 onmogelijk om legaal een dergelijke zaak te drijven of op de markt te staan. De reden voor deze uitsluiting wordt in de brief niet genoemd, maar de toon is definitief en administratief van aard. Het document dateert uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De stichting „Centraal Belang” en de genoemde „Vakgroepen” maakten deel uit van de nieuwe corporatieve economische ordening die door de bezetter was opgelegd (de zogenaamde Organisatie voor het Bedrijfsleven).
Tijdens de bezetting werden alle beroepsgroepen verplicht ondergebracht in vakgroepen. Dit systeem werd door de bezetter en collaborerende instanties gebruikt om de distributie van voedsel te controleren, maar ook om onwelgevallige personen (zoals Joodse ondernemers, verzetsmensen of handelaren die zich niet aan de prijsvoorschriften hielden) uit het economische leven te weren.
De brief illustreert de verregaande bureauctratische controle op de voedselvoorziening en de macht van centrale instanties om individuen hun bestaansmiddelen te ontnemen door middel van het intrekken of weigeren van vergunningen en erkenningen. De code "K 387" rechtsonder is een typisch kenmerk van drukwerk uit de bezettingstijd (het zogenaamde K-nummer van de inspectie van de grafische industrie).