Typoscript (doorslag of kopie van een officieel rapport of brief).
Origineel
Typoscript (doorslag of kopie van een officieel rapport of brief). dekt met zeilen of stroo, ten einde de door de aardappelen-
geproduceerde warmte vast te houden.
In de aardappelpakhuisen op de Centrale Markt zijn, naar
mijn Dienst is gebleken, niet alleen de vorengenoemde voorzorg-
maatregelen niet getroffen, maar zelfs waren door de gebruikers
geen thermometers aangebracht, zoodat ook een contrôle op de
temperatuur in de pakhuizen niet heeft kunnen plaats vinden.
Mijnerzijds moet dan ook de conclusie worden getrokken, dat de
aardappelpakhuisen niet zijn gebruikt op een wijze, welke over-
eenstemt met de bouwwijze en het algemeen gebruik.
Deze conclusie vindt nog naderen steun in de volgende ge-
gevens.
-
Voor den bouw van de aardappelpakhuisen is in eerste instan-
tie het advies ingewonnen van den voorlichtingsdienst van
de Landbouwkundige Hoogeschool te Wageningen. Een en ander
heeft ertoe geleid, dat de pakhuizen, onder toepassing van
enkele detailverbeteringen zijn uitgevoerd overeenkomstig
die, welke bij de boeren in den omtrek in gebruik zijn. -
De heer Troost, zelf aardappelboer, die gedurende de tot-
standkoming van de pakhuizen als raadgever van den heer
Van Es van de Plaatselijke V.B.N.A. fungeerde, heeft o.m.
aan verschillende ambtenaren van mijn Dienst als zijn meening
te kennen gegeven, dat in de pakhuizen, zooals zij door mijn
Dienst zijn gebouwd, een vorstvrije opslag gewaarborgd was.
Een extra afdichting van matrassen tusschen de dubbele deu-
ren, waarvoor de materialen aanwezig waren, achtte hij vol-
komen overbodig. -
Het is mijn Dienst bekend, dat de heer Jongejans, controleur
van de V.B.N.A., tijdens het vullen van de pakhuizen heeft
medegedeeld, dat ondanks het stroodak en de geïsoleerde wan-
den de aardappelen ter voorkoming van bevriezen in ieder ge-
val moesten worden afgedekt met een laag stroo. -
Op 13 Januari jl. heeft een deskundige van de V.B.N.A. (de
heer De Greef) aan een opzichter van mijn Dienst, welke toe-
vallig ter plaatse aanwezig was, verklaard, dat ondanks den
opslag in goed geïsoleerde aardappelhutten de aardappelen
bij het intreden van vorst onmiddellijk moeten worden afgedekt
met carton of dekzeilen, ten einde de warmte in de massa
vast te houden. Een laag stroo achtte hij daartoe onvoldoen-
de. Terloops zij nog de opmerking van den heer De Greef ver-
meld, dat hij het volkomen foutief achtte, dat ondanks het
feit, dat op dat oogenblik de buitentemperatuur meerdere gra-
den boven het vriespunt was, de luiken van de jalouziendeuren
van enkele pakhuizen nog gesloten waren. Hij constateerde,
dat aan de aardappelen loten ter lengte van ± 10 cm voorkwa-
men. -
Volgens aan mijn Dienst verstrekte inlichtingen zijn de klep-
pen in de ventilatiekokers gedurende de vorstperiode geslo-
ten geweest. Het blijft voor mij echter een vraag, of deze
kleppen reeds vanaf de eerste vorstnacht gesloten zijn ge-
worden.
Resumeerende, wil ik als mijn meening te kennen geven, dat
voor een veiligen opslag van aardappelen gedurende den win- * Inhoud: Het document is een technisch-ambtelijk verslag dat de oorzaken onderzoekt van schade aan aardappelvoorraden (waarschijnlijk door vorst of slechte ventilatie). De auteur betoogt dat de pakhuizen niet volgens de voorschriften en expertadviezen zijn beheerd.
* Kernpunten:
* Gebrek aan temperatuurcontrole (geen thermometers).
* Afwijking van de geadviseerde opslagmethoden van Wageningen en de V.B.N.A.
* Tegenstrijdige adviezen of handelingen: terwijl sommigen meenden dat de gebouwen vorstvrij waren (Heer Troost), wezen anderen op de noodzaak van extra isolatie met stro of zeilen (Heer De Greef en Jongejans).
* Signsignalering van 'loten' (kiemen) van 10 cm, wat duidt op te hoge temperaturen door het gesloten houden van ventilatieluiken terwijl het buiten al dooide.
* Terminologie: "V.B.N.A." staat voor de Vereniging Belangen Nederlandsche Aardappelhandel. Dit document stamt uit het midden van de 20e eeuw (mogelijk jaren '30 of '40 gezien de spelling en de stempels). Het geeft een inkijkje in de logistieke en landbouwkundige uitdagingen van de voedselvoorziening in Nederland. De "Centrale Markt" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam, het toenmalige centrum voor de groothandel in levensmiddelen. Het document illustreert de frictie tussen theoretische ontwerpen van de Landbouwhogeschool en de dagelijkse praktijk op de werkvloer van de markt.