Officieel ambtelijk schrijven/verslag (pagina 3 van een groter geheel).
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven/verslag (pagina 3 van een groter geheel). 22 januari 1943 (stempeldatum). De Directeur van Publieke Werken (P.W.), ir. W.A. de Graaf. -3-
ter niet voldoende is om over goed gebouwde aardappelpakhuizen
(hutten) te beschikken, maar dat het er bij een dergelijke wij-
ze van opslag in het bijzonder op aankomt, dat de aardappelen nauw-
lettend onder contrôle worden gehouden en dat steeds tijdig die
voorzorgsmaatregelen worden getroffen, waartoe de omstandigheden
(buitentemperatuur e.d.) aanleiding geven.
Sch.
De Directeur P.W.,
w.g. W.A.de Graaf
[Stempelblok:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen om advies.
A'dam, 22 Januari 1943.
No. 2ª/5/1 M. 1943 25/1 [handgeschreven toevoeging] Dit documentfragment betreft de logistiek rondom de opslag van aardappelen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst op deze derde pagina van een rapport of brief benadrukt dat er een tekort is aan kwalitatief goede opslagfaciliteiten ("aardappelpakhuizen (hutten)"). Vanwege dit tekort is een strikte controle op de voorraad noodzakelijk. Factoren zoals de buitentemperatuur zijn kritiek om bederf van de aardappelen te voorkomen.
Het document toont de ambtelijke weg binnen de gemeente Amsterdam:
1. De Directeur van Publieke Werken (W.A. de Graaf) heeft de technische of logistieke beoordeling geschreven.
2. De Wethouder voor Levensmiddelen stuurt dit document vervolgens door naar de Directeur van het Marktwezen voor verder advies. Dit wijst op een gecoördineerde inspanning om de voedselvoorziening veilig te stellen. In januari 1943 bevond Nederland zich midden in de Duitse bezetting. De voedselvoorziening werd een steeds nijpender probleem door vorderingen van de bezetter en logistieke beperkingen. Aardappelen vormden het basisvoedsel voor de bevolking. Een goede opslag was essentieel om de winter door te komen zonder dat de voorraden bevroren of gingen rotten.
Ir. W.A. de Graaf was in deze periode inderdaad de directeur van de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam. Het feit dat de wethouder voor Levensmiddelen tevens verantwoordelijk was voor "Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen" typeert de brede en soms gefragmenteerde portefeuilles van die tijd, waarbij essentiële burgerdiensten onder één bestuurlijke paraplu vielen om de schaarste in de stad te beheren. Het document illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee men probeerde de beperkte voedselvoorraden in de stad te beheren. W.A. de Graaf Gemeente Amsterdam Marktwezen Publieke Werken
Samenvatting
Dit documentfragment betreft de logistiek rondom de opslag van aardappelen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst op deze derde pagina van een rapport of brief benadrukt dat er een tekort is aan kwalitatief goede opslagfaciliteiten ("aardappelpakhuizen (hutten)"). Vanwege dit tekort is een strikte controle op de voorraad noodzakelijk. Factoren zoals de buitentemperatuur zijn kritiek om bederf van de aardappelen te voorkomen.
Het document toont de ambtelijke weg binnen de gemeente Amsterdam:
1. De Directeur van Publieke Werken (W.A. de Graaf) heeft de technische of logistieke beoordeling geschreven.
2. De Wethouder voor Levensmiddelen stuurt dit document vervolgens door naar de Directeur van het Marktwezen voor verder advies. Dit wijst op een gecoördineerde inspanning om de voedselvoorziening veilig te stellen.
Historische Context
In januari 1943 bevond Nederland zich midden in de Duitse bezetting. De voedselvoorziening werd een steeds nijpender probleem door vorderingen van de bezetter en logistieke beperkingen. Aardappelen vormden het basisvoedsel voor de bevolking. Een goede opslag was essentieel om de winter door te komen zonder dat de voorraden bevroren of gingen rotten.
Ir. W.A. de Graaf was in deze periode inderdaad de directeur van de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam. Het feit dat de wethouder voor Levensmiddelen tevens verantwoordelijk was voor "Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen" typeert de brede en soms gefragmenteerde portefeuilles van die tijd, waarbij essentiële burgerdiensten onder één bestuurlijke paraplu vielen om de schaarste in de stad te beheren. Het document illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee men probeerde de beperkte voedselvoorraden in de stad te beheren.