Brief (ambtelijk schrijven)
Origineel
Brief (ambtelijk schrijven) 24 maart 1943 [Briefhoofd met wapen van Amsterdam]
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
Telefoon 85151
[Rechtsboven handgeschreven:] VB/SV
Aan: den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
[Handgeschreven toevoeging over adres:] Dir. C.D.L.
A l h i e r.
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No.: 2a/9/2 M.
Bijlagen: 2
Datum: 24 Maart 1943.
Onderwerp:
In bijlage dezes heb ik de eer U te retourneeren het mij onder No. 222 L.M. 1943 ter verdere behandeling ontvangen stuk en het mij onder No.196 L.M. 1943 toegezonden besluit van den Burgemeester d.d. 5 Maart jl. inzake verkoop aardappelen door de Gemeente, welke stukken behooren te worden gezonden aan den Heer Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening.
De Directeur,
[Handgeschreven tekst onderaan:]
In bijlage dezes doe ik U twee bij mijn Dienst ingekomen stukken toekomen (nos. 196, 222 L.M. 1943) welke, naar ik meen, aan Uw Dienst hadden moeten worden gezonden.
[Gevolgd door initialen/handtekening, mogelijk:] SW.
[Linksonder drukkerij-info:]
Model A.Z. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
20168-10-42-1500-608 Dit document is een formele administratieve mededeling van de Directeur van het Marktwezen Amsterdam aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een correctie op de ambtelijke weg: twee specifieke dossiers (No. 196 en No. 222 uit 1943) zijn per abuis bij de verkeerde dienst beland.
De stukken betreffen een besluit van de Burgemeester van 5 maart 1943 over de verkoop van aardappelen door de gemeente. De directeur van het Marktwezen merkt op dat deze stukken niet bij hem, maar bij de 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' (C.D.L.) thuishoren. De handgeschreven notitie onderaan lijkt een informele bevestiging of een begeleidend briefje bij het fysiek doorsturen van de stukken. De brief dateert uit maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid.
Aardappelen waren het basisvoedsel, en de verkoop en distributie ervan stonden onder strikt toezicht van de overheid (distributiestelsel). Het feit dat de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris of een NSB-burgemeester, in dit geval Edward Voûte) hier besluiten over nam, onderstreept het belang van de controle op de voedselketen. Het 'Marktwezen' hield zich bezig met de fysieke markten, terwijl de 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' specifiek verantwoordelijk was voor de rantsoenering en algemene toevoer van voedsel in de stad. De administratieve verwarring toont de complexiteit van het bureaucratische apparaat in oorlogstijd.