Doorslag van een verzonden brief (officiële correspondentie).
Origineel
Doorslag van een verzonden brief (officiële correspondentie). 1 februari 1943. De Directeur van een niet nader genoemde overheidsdienst (waarschijnlijk een inspectiedienst gerelateerd aan landbouw of economische zaken). De vermelding van "contrôleur Velthuis van mijn dienst" bevestigt dat de afzender een hiërarchisch meerderwaardige is binnen een controlevoorziening. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) in Den Haag. [Handgeschreven, diagonaal linksboven:]
Verzonden 1/2
[Getypt rechtsboven:]
HB.
de Nederlandsche Groenten- en Fruit-
centrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
Den Haag.
[Getypt midden:]
2b/1/2 M. 2. 1 Februari 1943.
[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een aanvrage tot toelating als georganiseerde bij de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale om ingedeeld te worden in de groep handelaren in gewassen van den tuinbouw(groep E.) benevens afschrift van een op deze aanvrage betrekking hebbend rapport van den contrôleur Velthuis van mijn dienst.
De Directeur, Deze korte brief dient als begeleidend schrijven bij een aanvraag tot toelating als "georganiseerde" handelaar.
- Afzender: De Directeur van een niet nader genoemde overheidsdienst (waarschijnlijk een inspectiedienst gerelateerd aan landbouw of economische zaken). De vermelding van "contrôleur Velthuis van mijn dienst" bevestigt dat de afzender een hiërarchisch meerderwaardige is binnen een controlevoorziening.
- Ontvanger: De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) in Den Haag.
- Inhoud: Er wordt een officieel verzoek ingediend om iemand toe te laten tot "Groep E" (handelaren in tuinbouwgewassen). Dit proces gaat vergezeld van een inspectierapport van een controleur, wat aangeeft dat er een toetsing heeft plaatsgevonden voordat iemand mocht toetreden tot de gereguleerde handel.
- Toon: Formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen"). Het document dateert uit februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Nederlandse economie verregaand gecentraliseerd en onderworpen aan een strak distributie- en controlesysteem.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een zogenaamd 'bedrijfschap' of 'centrale' die tijdens de bezetting een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening. Vrije handel was vrijwel onmogelijk; handelaren moesten officieel geregistreerd en "georganiseerd" zijn bij dergelijke koepelorganisaties om legaal te mogen opereren.
De indeling in groepen (zoals de genoemde 'groep E') was typerend voor de bureaucratische ordening van de handel. Deze maatregelen waren enerzijds bedoeld om de voedselstroom te beheersen voor de Nederlandse bevolking, maar dienden anderzijds ook om de export naar Duitsland (de Abfuhr) efficiënt te organiseren. De aanwezigheid van een rapport van een "contrôleur" onderstreept de strengheid waarmee de toegang tot de markt werd bewaakt. Bedrijfschap