Ambtelijk rapport/proces-verbaal.
Origineel
Ambtelijk rapport/proces-verbaal. 2 februari 1943 en 17 februari 1943. No. 24/2/1 M. 1943 5/2
R A P P O R T
Van de koopers D.Thomas, wonende Baarsjesweg 252 en H.J.Thomas, wonende 2e Kostverlorenkade 123 alhier, is bij Marktwezen het volgende bekend. Blijkens de administratie van het Kaartenkantoor behooren zij tot de venters in aardappelen, groente en fruit. Tevens is uit deze administratie gebleken, dat zij de laatste drie jaren de markt hoofzakelijk in de zomermaanden hebben bezocht. In aanmerking nemende het feit dat beiden niet in het bezit zijn van een aardappelen of groenteboekje van Centraal Belang kan vrijwel met zekerheid worden aangenomen dat zij in de wintermaanden geen handel in groente en aardappelen hebben gedreven. Marktopzichter Vrij, die mij verklaarde dat beiden bij hem ongunstig bekend staan, deelde mij tevens nog mede, dat de gebroeders Thomas zelden een plaats op de dagmarkt in de Ten Katestraat hebben bezet. De koopers Thomas zijn wel in het bezit van een erkenning als kleinhandelaar in groente en fruit, respectievelijk onder K.42804 en K.48692. Bij informatie aan het Hoofdbureau van Politie alhier vernam ik nog dat tegen beide koopers proces verbaal is opgemaakt, verdacht van diefstal, c.q heling, van schoenen en tabak.
Amsterdam 2 Februari 1943
Controleur,
[Handtekening: S. Velthuis]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Marginale aantekening in handschrift:]
G. 4/2-43
Jvb
De heer Pickard, Inspecteur van de stichting "Centraal Belang" afdeeling Amsterdam, deelde mij mede dat hij ten aanzien van de gebroeders Thomas, inzake hun aanvrage om een erkenning als kleinhandelaar van de Vakgroepcentrale, afwijzend heeft beschikt daar gebleken was, dat de gebroeders Thomas niet als geregelde kleinhandelaren in groenten en fruit konden worden aangemerkt.
Amsterdam 17 Februari 1943
Controleur,
[Handtekening: S. Velthuis]
[Marginale aantekening onderaan in rood/blauw potlood:]
w
26 Dit document is een intern rapport van de Amsterdamse marktcontrole aan de bedrijfschef van de Centrale Markt. Het onderzoek richt zich op de gebroeders Thomas, die geregistreerd staan als ambulante handelaren (venters).
De kern van het rapport is dat de broers ervan verdacht worden hun officiële status als groentehandelaren slechts als dekmantel of nevenactiviteit te gebruiken. Er zijn drie belangrijke bezwaren:
1. Inconsistentie in de handel: Ze zijn alleen in de zomer actief en beschikken niet over de vereiste "groenteboekjes" voor de winterperiode.
2. Negatieve reputatie: De marktopzichter spreekt van een ongunstige reputatie en merkt op dat ze zelden op hun toegewezen plek op de Ten Katemarkt staan.
3. Criminaliteit: Er loopt een politieonderzoek naar hen vanwege diefstal of heling van schaarse goederen (schoenen en tabak).
Het tweede deel van het rapport bevestigt dat de officiële vakinstantie ("Centraal Belang") hun aanvraag voor een erkenning als kleinhandelaar definitief heeft afgewezen op basis van deze bevindingen. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel en goederen strikt gereguleerd via een bonnensysteem en centrale organisaties zoals de "Vakgroepcentrale" en "Centraal Belang".
De controle op marktkooplieden was in deze tijd extreem streng om de zwarte handel in te dammen. Handelaren moesten over de juiste papieren beschikken om toegang te krijgen tot de groothandel op de Centrale Markt. Het feit dat de broers verdacht werden van het helen van tabak en schoenen — goederen die in 1943 zeer schaars en alleen op de zwarte markt tegen woekerprijzen verkrijgbaar waren — maakte hen tot een primair doelwit voor de economische controlediensten. Dergelijke rapporten leidden in de oorlogsjaren vaak tot het intrekken van de vergunning of zelfs arrestatie door de Economische Recherche. D. Thomas H.J. Thomas Pickard (De heer) Pickard (Inspecteur) S. Velthuis Hoofdbureau Marktwezen Politie