Dienstverslag / Rapportage van de Contrôleur van de Centrale Markt.
Origineel
Dienstverslag / Rapportage van de Contrôleur van de Centrale Markt. 9 februari 1943. [Getypte tekst]
R A P P O R T .
No. 26/3/1 M. 1943 11/2
E.B. Jalink, oud 21 jaar, wonende Haarlemmermeerstraat 140 III, Amsterdam-West, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart reeds 7 jaar onafgebroken in den betrokken kleinhandel werkzaam te zijn als personeel bij zijn pleegvader, den kooper C. Feyen. Bedoelde Feyen heeft in perceel Vaartstraat no. 4 alhier een greenten- en fruithandel, benevens een vaste wijk in die omgeving. De bedoeling is dat Jalink de wijk van Feyen overneemt om deze voor eigen rekening te verzorgen. Jalink is niet in het bezit van een groentenboekje en ook niet van een aardappelenboekje. Blijkens de administratie van het Kaartenkantoor, heeft Jalink sinds 1935 toegang tot de Centrale Markt als personeel van kooper C. Feyen. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld, heeft Jalink de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Amsterdam, 9 Februari 1943,
De Contrôleur,
[Handtekening: Velthuizen]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Handgeschreven aantekeningen]
F16.
Aanvraagformulier +
afschrift rapport contr.
Velthuizen zenden aan H.G.T.L.
11/2 '43
[Paraaf/Handtekening]
26/3/2 Het document is een ambtelijk rapport over de 21-jarige E.B. Jalink, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een zelfstandige groente- en fruithandel wil starten. Hij wil de bestaande "wijk" (een vaste klantenkring in een bepaalde buurt) van zijn pleegvader, C. Feyen, overnemen.
Kernpunten uit het rapport:
* Ervaring: Jalink heeft ruime ervaring; hij werkt al sinds zijn 14e (1935) bij zijn pleegvader en heeft sindsdien ook toegang tot de Centrale Markt.
* Regulering: Er wordt specifiek vermeld dat hij geen "groentenboekje" of "aardappelenboekje" heeft. Dit waren officiële registraties die in de oorlogstijd essentieel waren voor de handel in schaarse goederen en de toewijzing van rantsoenen.
* Verificatie: De contrôleur heeft de verklaringen van Jalink getoetst aan de administratie van het Kaartenkantoor, wat de bureaucratische controle op de voedselvoorziening onderstreept.
* Advies: De contrôleur acht de verklaringen van de aanvrager geloofwaardig. Dit rapport is opgesteld in februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De handel in levensmiddelen was in deze periode extreem streng gereguleerd door de overheid (de distributie-organisatie). Om als zelfstandig ondernemer in de voedselsector te mogen werken, had men officiële erkenning nodig. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als de spil in de voedseldistributie voor de stad; zonder toegangsbewijs kon een handelaar daar geen inkopen doen.
Het feit dat Jalink op 21-jarige leeftijd (toen de meerderjarigheid nog op 21 jaar lag) een eigen bedrijf wil starten door een wijk over te nemen, getuigt van een poging tot continuïteit van een familiebedrijf in een tijd van grote economische onzekerheid en schaarste. De verwijzing naar het "Kaartenkantoor" herinnert aan het complexe systeem van distributiebonnen dat de dagelijkse realiteit van de oorlogsjaren bepaalde.