Brief / Ambtelijk rapport
Origineel
Brief / Ambtelijk rapport 21 mei 1943 No. 2e/18/1 M. 1943
Adam 21 Mei '43.
Naar aanleiding van de bij U binnen-
gekomen klacht betreffende het vernietigen
van sla door Grossier Esveld, deel ik U het
volgende mede. O.a. tot nu werden door
den knecht van Esveld 130 porties bakken
met sla gestort. Deze waren bezaaid met luis.
De sla was afkomstig uit Kwintsheul en
20 Mei per schipper aan de markt aangevoerd.
Aan zijn stal bevonden zich nog 230 kisten
sla uit Westland. Hiervan heeft hij te
half twee 30 kist per auto medegenomen,
zodat er c.a 200 kisten zijn blijven staan
voor den verkoop op den volgenden dag.
Wat het storten in 't algemeen betreft deel
ik U nog mede, dat door Grossier v. Es
554 bak spinazie à 6 kg afkomstig uit
Breda en per spoor aangevoerd, werden
gestort. Voorts door G. Sneerdijk 40
kist sla aangevoerd uit het Westland op
20 mei.
[Handtekening: J. v. Es]
[Marginale aantekeningen linkerzijde in rood:]
400
3300
300
4000
[Linksonder:]
Den Heer
Bedrijfchef
Om [onleesbaar initialen]
[Rechtsonder in rood:]
27-5-43
met adr. besproken.
[Uiterst rechtsonder:]
2e. Het document is een verslag van een inspectie of een reactie op een klacht over voedselverspilling op de Amsterdamse markt in mei 1943. De kern van het bericht is de verantwoording voor het "storten" (vernietigen) van grote hoeveelheden groenten:
- Sla (Esveld): 130 bakken werden weggegooid omdat deze "bezaaid met luis" waren. De herkomst was Kwintsheul. Er wordt ook melding gemaakt van een voorraad van 230 kisten uit het Westland, waarvan een deel later verkocht zou worden.
- Spinazie (v. Es): 554 bakken van 6 kg per stuk (totaal ca. 3300 kg) uit Breda werden vernietigd.
- Sla (Sneerdijk): 40 kisten uit het Westland werden gestort.
De rode cijfers in de marge lijken een berekening van de totale gewichten van de gestorte partijen te zijn (bijv. 554 x 6 ≈ 3300 kg). De totale som van 4000 kg onderaan de marge duidt op de enorme omvang van de vernietigde partij op die specifieke dag. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiebonnen. Het vernietigen van voedsel was in die tijd een zeer gevoelige zaak en stond onder streng toezicht van de voedselautoriteiten (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).
De gedetailleerde rapportage over de reden van vernietiging (luis) en de transportmethode (per schipper, per spoor, per auto) diende waarschijnlijk om beschuldigingen van sabotage of illegale handel (zwarte markt) te weerleggen. De aantekening "met adr. besproken" (met adressant/betrokkene besproken) suggereert een administratieve afhandeling van de klacht. De locaties Kwintsheul en het Westland waren destijds (en nu nog) de primaire toeleveringsgebieden voor groenten aan de Amsterdamse Centrale Markthallen.