Getypte brief (doorslag of kopie), pagina 2.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie), pagina 2. Vermoedelijk december 1944 (gebaseerd op archiefstempels "1944 1/12" aan de bovenzijde). - 2 -
overheids hulp in te roepen.
Voor het publiek is het jammer, dat de agenten geen nummer op hun kraag hebben, zooals vroeger, opdat zij zouden weten wie hun rechtens helpt of niet.
Zou het geen overweging verdienen vrouwelijke controleurs aan te stellen, gewone arbeiders-vrouwen, die bij zijn en ook het recht hebben bij alle winkeliers achter de coulissen te kijken? Zij zijn in de praktijk geschoold".
Wanneer een betrouwbaar ambtenaren-corps zich hiervoor inzet is er aan bovenstaanden willekeur en zwarten handel spoedig een einde gemaakt.
Gaarne bereid eventueel verder op dezen zaak in te gaan en beleefd verzoekende aan een en ander Ued zoo hoognoodig aandacht te willen schenken, verblijf ik,
hoogachtend,
w.g. G. Krijgsman-Scheltema
Bataviastraat 10 II
Amsterdam * Inhoud: De schrijfster uit haar beklag over het gebrek aan herkenbaarheid van politieagenten (het ontbreken van nummers op de kraag) en de corruptie/willekeur bij winkeliers. Ze stelt voor om "gewone arbeidersvrouwen" aan te stellen als controleurs omdat zij de praktijk van de straat en de handel kennen.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (bijv. "zooals", "dezen", "Ued"). De toon is formeel en dringend.
* Visuele staat: De tekst is doorspekt met gespiegelde letters van de voorzijde. Dit duidt op een dun type papier, veelal gebruikt voor doorslagen tijdens de schaarste in de oorlogsjaren. Dit document stamt uit de winter van 1944, midden in de bezettingstijd in Amsterdam. De verwijzing naar de "zwarten handel" en het gebrek aan vertrouwen in de controlerende instanties wijst op de enorme voedselschaarste en de sociale ontwrichting tijdens de Hongerwinter. Burgers voelden zich vaak onmachtig tegenover zowel de winkeliers (die goederen achterhielden voor de zwarte markt) als de politie, waarvan niet altijd duidelijk was of zij de burger hielp of de bezetter diende. De suggestie om arbeidersvrouwen in te zetten als controleurs is een teken van de roep om burgerlijk toezicht in een tijd van corruptie. G. Krijgsman Politie
Samenvatting
- Inhoud: De schrijfster uit haar beklag over het gebrek aan herkenbaarheid van politieagenten (het ontbreken van nummers op de kraag) en de corruptie/willekeur bij winkeliers. Ze stelt voor om "gewone arbeidersvrouwen" aan te stellen als controleurs omdat zij de praktijk van de straat en de handel kennen.
- Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (bijv. "zooals", "dezen", "Ued"). De toon is formeel en dringend.
- Visuele staat: De tekst is doorspekt met gespiegelde letters van de voorzijde. Dit duidt op een dun type papier, veelal gebruikt voor doorslagen tijdens de schaarste in de oorlogsjaren.
Historische Context
Dit document stamt uit de winter van 1944, midden in de bezettingstijd in Amsterdam. De verwijzing naar de "zwarten handel" en het gebrek aan vertrouwen in de controlerende instanties wijst op de enorme voedselschaarste en de sociale ontwrichting tijdens de Hongerwinter. Burgers voelden zich vaak onmachtig tegenover zowel de winkeliers (die goederen achterhielden voor de zwarte markt) als de politie, waarvan niet altijd duidelijk was of zij de burger hielp of de bezetter diende. De suggestie om arbeidersvrouwen in te zetten als controleurs is een teken van de roep om burgerlijk toezicht in een tijd van corruptie.