Officieel rapport van de Centrale Markt Amsterdam.
Origineel
Officieel rapport van de Centrale Markt Amsterdam. 30 juli 1943. CENTRALE MARKT
No. 29/44/2 ... 1943 3/8 [stempel]
R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaanden brief, d.d. 15 Juli 1943, no. 564 L.M. 1943 21/7, waarin wordt medegedeeld, dat de groentenhandelaar Botman, wonende Linnaeüshof no. 8 alhier, aan zijn klanten volgnummers beschikbaar stelt tegen betaling van F. 0.10, heb ik, J, H, de Grebber, Controleur bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht, een nader onderzoek ingesteld en op 29 Juli 1943 gehoord; Petrus Johannus Botman, geboren te Bovenkarspel 20 Juli 1909 en wonende te Amsterdam, Linnaeushof no. 8, die mij, nadat ik hem voor zoover noodig een en ander in kennis had gesteld, verklaarde;
"Het is juist, dat ik op Vrijdag 9 Juli 1943 en volgende dagen aan mijn VASTE klanten tegen betaling van 10 cents een z.g. klantenkaart heb verstrekt. Deze kaarten heb ik laten drukken om een juiste en rechtvaardige verdeeling van groenten en fruit te verkrijgen. Bij deze kaarten moest ik een kniptang aanschaffen en een numerateur huren. Ik heb deze kosten op mijn klanten verhaald. Dat mijn klanten over mij tevreden zijn blijkt wel uit het feit, dat er 600 groentennummers voor de vierwekelijksche distributie periode van 8 Augustus tot en met 4 September 1943 bij mij zijn ingeleverd."
Ik, rapporteur, heb mij van het bovenstaande overtuigd. M.i. heeft Botman geen strafbaar feit gepleegd. Nog zij vermeld, dat eenige van de voor zijn winkel wachtende personen mij desgevraagd verklaarden, tevreden te zijn over de verdeeling van de aanwezige groenten en fruit.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 30 Juli 1943,
De Controleur voornoemd,
[Handtekening: J.H. de Grebber]
Aan;
Den Heer Directeur van het Marktwezen
ALHIER
[Handgeschreven aantekening linksboven: v.m.l. g.g.h.g.]
[Handgeschreven aantekening rechtsonder: Opbergen (met paraaf)] Dit rapport verslaat een onderzoek naar een vermeende overtreding door een Amsterdamse groenteboer tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is of handelaar Botman onterecht geld (10 cent) vroeg voor 'klantenkaarten' (volgnummers).
De controleur concludeert dat er geen sprake is van een strafbaar feit (zoals woekerwinst of illegale handel), omdat de vergoeding louter diende om de onkosten te dekken voor materialen (drukwerk, kniptang, numerateur) die nodig waren voor een ordelijke en eerlijke distributie. Opvallend is de pragmatische houding van de controleur: hij hecht meer waarde aan de "juiste en rechtvaardige verdeeling" en de tevredenheid van de wachtende klanten dan aan een strikte interpretatie van de regels omtrent bijkomende kosten. De handgeschreven instructie "Opbergen" onderaan het document duidt erop dat de zaak hiermee werd afgedaan en gearchiveerd. Het document dateert uit juli 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland en de daarmee gepaard gaande schaarste hun dieptepunt naderden. Voedsel en goederen waren op de bon (distributiestelsel). De 'Centrale Markt' in Amsterdam was de spil in de voedselvoorziening van de stad.
In deze tijd ontstonden er vaak lange rijen voor winkels zodra er verse aanvoer was. Dit leidde regelmatig tot onrust en beschuldigingen van vriendjespolitiek of zwarte handel. Winkeliers zoals Botman probeerden met eigen nummer- of kaartsystemen de toevoer in goede banen te leiden. De overheid (via het Marktwezen) hield hier toezicht op om te voorkomen dat winkeliers misbruik maakten van de situatie door extra bedragen in rekening te brengen. Dit specifieke rapport geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrategieën van zowel winkeliers als burgers en de corrigerende (maar hier billijke) rol van de gemeentelijke opsporingsdiensten tijdens de bezettingsjaren. J.H. de Grebber Marktwezen