Archiefdocument
Origineel
27 september 1943 A'dam, 27/9 1943
W.L.M.
Onder terugzending
van het met Uw begeleidend schrijven
dd. 17 dezer om advies
ontvangen stuk no. 716 L.M.
1943 heb ik de eer U te be-
richten, dat ik de onder-
havige klacht heb door-
gezonden naar het Hoofdbureau
van Politie, afd. Econ. Dienst
met verzoek naar de ge-
dragingen van den winkelier
Jagtman een onderzoek
te doen instellen.
[Doorgehaalde tekst onderaan:]
~~Bij de Politie beschikt~~
~~men op dit gebied over meer ervaren~~
~~dan over ambtenaren~~
~~van dit ambt...~~ [onleesbaar]
[In de linkermarge verticaal geschreven:]
Gehoord zijn [...] [tekst loopt buiten beeld of is deels onleesbaar] Het document is een ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een concept van een uitgaande brief) waarin een klacht wordt afgehandeld. De afzender reageert op een stuk dat op 17 september 1943 ter advisering was opgestuurd. De beslissing is genomen om de klacht niet zelf af te handelen, maar over te dragen aan de gespecialiseerde Economische Dienst van het Hoofdbureau van Politie.
Het onderwerp van het onderzoek is de "gedragingen" van een winkelier met de naam Jagtman. De doorgehaalde passage aan de onderzijde is interessant: de schrijver wilde aanvankelijk expliciet vermelden dat de politie over meer deskundigheid/ervaring beschikte voor dit soort zaken dan zijn eigen bureau, maar heeft dit uiteindelijk geschrapt, waarschijnlijk om de brief zakelijker te houden. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1943 was de oorlogseconomie volledig van kracht. Er heerste grote schaarste en goederen waren alleen op de bon (via distributie) verkrijgbaar.
De Economische Dienst van de politie speelde in deze periode een cruciale rol. Zij controleerden winkeliers op zaken als prijsopdrijving, zwarte handel, het achterhouden van voorraden of het onjuist innemen van distributiebonnen. Klachten tegen winkeliers kwamen in die tijd veelvuldig voor, vaak ingediend door burgers die zich benadeeld voelden of door controleurs die onregelmatigheden constateerden. De afkorting W.L.M. verwijst vermoedelijk naar een specifieke afdeling binnen het Amsterdamse gemeentebestuur die betrokken was bij de distributie of economische handhaving. W.L.M. Hoofdbureau Politie
Samenvatting
Het document is een ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een concept van een uitgaande brief) waarin een klacht wordt afgehandeld. De afzender reageert op een stuk dat op 17 september 1943 ter advisering was opgestuurd. De beslissing is genomen om de klacht niet zelf af te handelen, maar over te dragen aan de gespecialiseerde Economische Dienst van het Hoofdbureau van Politie.
Het onderwerp van het onderzoek is de "gedragingen" van een winkelier met de naam Jagtman. De doorgehaalde passage aan de onderzijde is interessant: de schrijver wilde aanvankelijk expliciet vermelden dat de politie over meer deskundigheid/ervaring beschikte voor dit soort zaken dan zijn eigen bureau, maar heeft dit uiteindelijk geschrapt, waarschijnlijk om de brief zakelijker te houden.
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1943 was de oorlogseconomie volledig van kracht. Er heerste grote schaarste en goederen waren alleen op de bon (via distributie) verkrijgbaar.
De Economische Dienst van de politie speelde in deze periode een cruciale rol. Zij controleerden winkeliers op zaken als prijsopdrijving, zwarte handel, het achterhouden van voorraden of het onjuist innemen van distributiebonnen. Klachten tegen winkeliers kwamen in die tijd veelvuldig voor, vaak ingediend door burgers die zich benadeeld voelden of door controleurs die onregelmatigheden constateerden. De afkorting W.L.M. verwijst vermoedelijk naar een specifieke afdeling binnen het Amsterdamse gemeentebestuur die betrokken was bij de distributie of economische handhaving.