Ambtelijke correspondentie (brief)
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief) 9 februari 1944 MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 2c/94/2M, VD/SV
BIJLAGE ........................
ONDERWERP: klacht J.M.v.d.Hilst.
AMSTERDAM (W.) 9 Februari 1944.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=============
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 23 December 1943 om advies ontvangen stuk no. 1049 L.M. 1943 hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat wij door eenige controleurs van den Dienst een uitgebreid onderzoek naar de onderhavige klacht hebben doen instellen. Het resultaat hiervan doen wij U in bijlage dezes, vervat in een rapport van genoemde controleurs, toekomen.
Zooals U uit dit rapport zal blijken [doorgehaald: zijn de in de klacht naar voren gebrachte feiten in geen enkel opzicht bewaarheid] [handgeschreven:] is t.a.v. de klacht vooralsnog niets kunnen blijken.
Aangezien Van der Hilst zijn adres niet heeft vermeld is het niet mogelijk geweest nadere inlichtingen van hem te bekomen.
De gedragingen van de familie Karseboom zullen dezerzijds bij voortduring worden nagegaan.
In dit verband kunnen wij mededeelen, dat ons een dezer dagen is gebleken, dat [doorgehaald: door ambtenaren van den Centralen Contrôle Dienst, afdeeling Arnhem] [handgeschreven:] vanwege [handgeschreven:] gaande [doorgehaald: momenteel] een onderzoek is naar een uitgebreiden clandestienen handel in appelen te Amsterdam, waarbij het niet [handgeschreven:] zou zijn [doorgehaald: is] uitgesloten, dat ook Karseboom daarbij [handgeschreven:] wordt geacht [doorgehaald: is] betrokken. De betreffende ambtenaren hebben ons, nadat wij hun van de onderhavige klacht in kennis hadden gesteld, toegezegd [doorgehaald: naar de gedragingen van Karseboom eveneens een onderzoek te zullen instellen] [handgeschreven:] aan een nauwkeurig onderzoek te zullen onderwerpen en [handgeschreven onderaan:] ons van het resultaat op de hoogte te stellen. T.z.t. zullen wij dus waarschijnlijk nader op de zaak kunnen terugkomen.
De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden,
[Niet ondertekend]
De Directeur,
[Niet ondertekend] Dit document is een ambtelijk schrijven van het Amsterdamse Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is de afhandeling van een klacht van een zekere J.M. van der Hilst over de familie Karseboom. Uit het document blijkt een proces van onderzoek naar illegale economische activiteiten:
- Aanvankelijke bevindingen: De eerste controle leverde onvoldoende bewijs op om de klacht hard te maken ("vooralsnog niets kunnen blijken").
- Procedurele hindernis: De klager, Van der Hilst, is onvindbaar omdat hij geen adres heeft opgegeven, wat verdere getuigenverklaringen bemoeilijkt.
- Lopend onderzoek: Er blijkt echter een groter onderzoek te lopen naar "clandestienen handel in appelen". De familie Karseboom wordt nu door andere instanties (waarschijnlijk de Centrale Controle Dienst) onder de loep genomen.
-
Handgeschreven wijzigingen: De tekst bevat veel handgeschreven correcties. Dit wijst op een conceptfase of een nauwkeurige bijstelling van de juridische formuleringen ("zou zijn uitgesloten" in plaats van "is uitgesloten") om de ambtelijke voorzichtigheid te waarborgen. De datum, 9 februari 1944, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale context voor het begrijpen van de tekst:
-
Voedselschaarste: In 1944 was er een nijpend tekort aan voedsel. Alles was op de bon (distributiestelsel).
- Zwarte Markt: Omdat de officiële rantsoenen ontoereikend waren, bloeide de clandestiene handel (de "zwarte markt"). De overheid en de bezetter traden hier hard tegen op via instanties als de Centrale Controle Dienst (CCD).
- Locatie: Het Marktwezen was gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14, de plek van de Centrale Markthallen in Amsterdam. Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
- Controle: De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie zelfs in oorlogstijd probeerde de grip op de voedselstromen te houden en hoe burgers elkaar aangaven (de klacht van Van der Hilst) bij vermoedens van illegale handel of prijsopdrijving.