Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 12 februari 1943. [Stempel linksboven:] No. 5/3/1 M. 1943
[Handgeschreven:] 24/2
[Stempel linksboven:] No.124 B.v.S.
[Handgeschreven:] 180 LM 1943
Inschakeling van het Bureau van Statistiek bij mededeelingsplicht van statistische onderzoekingen.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 12 Februari 1943.
De Wethouder voor de Statistiek vestigt de aandacht op een besluit van 3 November 1942 van de Secretarissen-Generaal van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van Sociale Zaken, van Waterstaat en van Financiën (Ned. Stct. No. 214), houdende een aantal beperkende bepalingen in zake het instellen van statistische onderzoekingen op sociaal en economisch gebied, ten einde het bedrijfsleven niet noodeloos en bij herhaling lastig te vallen en elk onnoodig, kostbaar, ondoelmatig of dubbel werk te voorkomen. Van het voornemen tot uitvoering van dergelijke onderzoekingen dient minstens vier weken vóór den aanvang mededeeling te worden gedaan aan den Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek, onder overlegging van een omschrijving van het doel van het onderzoek, van de daarbij te gebruiken formulieren, kaarten en aanschrijvingen, alsmede van de wijze van bewerking en publicatie der uitkomsten. Voor het geval, dat genoemde Directeur tegen het voorgenomen onderzoek of tegen de wijze van uitvoering bezwaren heeft, wordt een bepaalde procedure voorgeschreven.
Onder den mededeelingsplicht vallen ook eventueel door gemeentelijke diensten, bedrijven of administratieën in te stellen enquêtes, voor zoover deze niet uitsluitend worden gehouden bij de daaronder ressorteerende bureau's en ambtenaren of binnen het kader van het eigen bedrijf.
Spreker acht het gewenscht, dat in voorkomende gevallen de gemeentelijke diensten, bedrijven of administratieën in overleg treden met het Bureau van Statistiek der Gemeente. Dit laatste zal dan inzonderheid moeten nagaan in hoeverre het in te stellen onderzoek kan worden gerekend tot de gevallen, waarvoor de mededeelingsplicht
C.S. Stadhuis
A'dam 2-'43
No. 54
Z.O.Z.
[Handgeschreven notitie rechtsboven:] Dir Marktm. [onleesbaar] Markthal [...]
[Handgeschreven rechtsonder:] 5 Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. De kern van het besluit is de regulering van statistisch onderzoek. Gemeentelijke instanties die enquêtes of onderzoeken willen uitvoeren onder de bevolking of het bedrijfsleven, worden verplicht dit vooraf te melden.
De belangrijkste punten zijn:
1. Centralisatie: Er wordt verwezen naar een landelijk besluit van de Secretarissen-Generaal om wildgroei aan dataverzameling te voorkomen.
2. Efficiëntie: Het doel is om het bedrijfsleven te ontlasten en doublures in onderzoek te vermijden (kostenbesparing en doelmatigheid).
3. Procedure: Voorgenomen onderzoeken moeten vier weken van tevoren gemeld worden aan de Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), inclusief alle bijbehorende formulieren.
4. Gemeentelijke rol: Amsterdamse diensten moeten eerst overleggen met het eigen gemeentelijke Bureau van Statistiek om te bepalen of een melding noodzakelijk is.
De handgeschreven notities ("Dir Marktm.") suggereren dat dit specifieke afschrift was gericht aan of behandeld door de Directeur van de Marktmeester of Markthallen. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond Amsterdam onder leiding van de regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte, die collaboreerde met de bezetter.
De verwijzing naar de "Secretarissen-Generaal" is kenmerkend voor deze tijd; zij hadden de taken van de ministers overgenomen nadat de regering naar Londen was gevlucht. Het besluit weerspiegelt de toenemende drang naar administratieve controle en centralisatie van informatie door het bezettingsbestuur. Statistische data waren essentieel voor de sturing van de oorlogseconomie, de distributie van goederen en de controle op de bevolking. De nadruk op het "niet lastig vallen" van het bedrijfsleven moet ook gezien worden in het licht van de efficiënte inzet van de Nederlandse industrie voor de Duitse oorlogsinspanningen.