Getypte brief / circulaire op ambtelijk briefpapier.
Origineel
Getypte brief / circulaire op ambtelijk briefpapier. 4 februari 1943. Dienst der Publieke Werken, Bureau Stadsingenieur, Amsterdam. Heeren Hoofden van Diensten, Bedryven en Instellingen (Amsterdam). [Handgeschreven linksboven:]
Nho 7/6/2 M 1943 6/2
[Getypt:]
D i e n s t
der
Publieke Werken
Bureau Stadsingenieur
Raadhuis, kamer 198.
No. 892/121. [Handgeschreven parafen in rood en blauw: wj, Ph..]
Amsterdam, 4 Februari 1943.
Betreft: verstrekking klompen
aan werklieden. Aan Heeren Hoofden van Diensten,
--- Bedryven en Instellingen.
Onder verwyzing naar het rondschryven van den Burgemeester dd. 3 Februari 1943, No. 857/121, inzake nevenaangehaald onderwerp, verzoek ik U, ten einde een inzicht te krygen in de behoefte, welke by de onderscheidene diensten, bedryven en instellingen aan klompen bestaat, aan myn bureau, Raadhuis, kamer 198, op te geven:
1e. het totaal-aantal by Uw Dienst/Bedryf/Instelling werkzaam zynde werklieden;
2e. het aantal van deze werklieden, dat voor verstrekking van klompen in aanmerking komt, zulks onder omschryving van de dringende motieven, welke U voor een verstrekking aanwezig acht. Dit document is een ambtelijke inventarisatie van de behoefte aan schoeisel (specifiek klompen) onder de gemeenteambtenaren en arbeiders in Amsterdam. De Stadsingenieur vraagt de verschillende hoofden van dienst om twee cijfers aan te leveren: het totale personeelsbestand aan werklieden en het aantal dat specifiek klompen nodig heeft, inclusief een rechtvaardiging ("dringende motieven").
Opvallend is de spelling die consequent de 'y' gebruikt in plaats van de 'ij' (bijv. "bedryven", "krygen", "zynde"), wat in die periode vaker voorkwam in officiële documentatie of door de instelling van de gebruikte typemachine. Het document is een direct vervolg op een schrijven van de Burgemeester van de dag ervoor, wat duidt op een centrale coördinatie van de schaarse middelen. Het document dateert van februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een extreme schaarste aan grondstoffen. Leer was nagenoeg niet meer beschikbaar voor de civiele bevolking, omdat het werd opgeëist voor de Duitse oorlogsindustrie.
Klompen werden hierdoor een essentieel vervangingsmiddel voor werkschoenen. Omdat ook hout en de productiecapaciteit van klompenmakers onder toezicht stonden (distributie), moest de overheid de behoefte nauwkeurig in kaart brengen. De "dringende motieven" waarnaar gevraagd wordt, verwijzen waarschijnlijk naar werkzaamheden in natte of zware omstandigheden waarbij schoeisel onontbeerlijk was voor de voortgang van de publieke werken. De toenmalige burgemeester van Amsterdam was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte.