Administratieve opgave van salarissen/wachtgelden.
Origineel
Administratieve opgave van salarissen/wachtgelden. Maart/april 1943. Opgave
ingevolge de circulaire van den Wethouder voor de Pensioenen
(No. 2331 P.B.) van aan wachtgelders bij het Marktwezen over
de maand Maart 1943 te betalen salarissen.
[handgeschreven in rood potlood:] April
No. 8a/1/3 M.
=============
I.F.Fleurbaay - klerk-kassier Ingehouden be-
Bruto-salaris: K.T. lasting op 15
ƒ 172,91 ƒ 7,50 Overwerk Februari Februari 1943
[omcirkeld:] ƒ 2,59 [handgeschreven:] 15/3 id.
[handgeschreven:] Maart ƒ 8,86
ƒ 3.63
P.Plakké - controleur.
Bruto-salaris:
ƒ 158,33 ------- ƒ 9.86
[linksonder handgeschreven in blauwe inkt:]
April '43
[daaronder handgeschreven in rood potlood:]
8a/1/4
[vaag rond stempel onderaan midden:]
GEMEENTE AMSTERDAM
MARKTWEZEN Dit document is een salarisopgave voor personeel van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen dat op dat moment "wachtgeld" ontving. Wachtgeld is een vorm van uitkering voor ambtenaren die buiten hun schuld om (bijvoorbeeld door reorganisatie of opheffing van een functie) hun werk niet konden uitoefenen.
- Financiële details: Naast het bruto-salaris wordt "K.T." vermeld, wat zeer waarschijnlijk staat voor Kindertoelage (7,50 gulden voor Fleurbaay). Er is sprake van uitbetaling van overwerk uit de voorgaande maanden (februari en maart).
- Belastingen: De kolom rechts toont de ingehouden loonbelasting. De handgeschreven toevoeging "15/3 id." bij de belastingregel geeft aan dat er op 15 maart een identieke inhouding heeft plaatsgevonden als op 15 februari.
- Administratieve verwerking: De rode aantekeningen ("April" en "8a/1/4") wijzen op een overgang naar de administratie van de volgende maand. Het document dient als bewijsstuk voor de loonadministratie onder toezicht van de Wethouder voor de Pensioenen. Het document dateert uit het voorjaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ambtelijke bureaucratie in Amsterdam functioneerde in deze periode door onder stringente regels. Het Marktwezen was een cruciale dienst, verantwoordelijk voor de distributie van voedsel en de controle op markten, wat in een tijd van schaarste en rantsoenering zeer gevoelig lag.
Dat deze ambtenaren op wachtgeld stonden, kan duiden op een inkrimping van de dienst of een politiek gemotiveerde schorsing, wat destijds veelvuldig voorkwam bij personeel dat door de bezetter als "onbetrouwbaar" werd bestempeld of wiens positie door de herinrichting van de overheid was vervallen. De zakelijke, droge toon van het document contrasteert scherp met de turbulente historische realiteit van 1943. I.F. Fleurbaay (klerk-kassier) en P. Plakké (controleur). Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een salarisopgave voor personeel van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen dat op dat moment "wachtgeld" ontving. Wachtgeld is een vorm van uitkering voor ambtenaren die buiten hun schuld om (bijvoorbeeld door reorganisatie of opheffing van een functie) hun werk niet konden uitoefenen.
- Financiële details: Naast het bruto-salaris wordt "K.T." vermeld, wat zeer waarschijnlijk staat voor Kindertoelage (7,50 gulden voor Fleurbaay). Er is sprake van uitbetaling van overwerk uit de voorgaande maanden (februari en maart).
- Belastingen: De kolom rechts toont de ingehouden loonbelasting. De handgeschreven toevoeging "15/3 id." bij de belastingregel geeft aan dat er op 15 maart een identieke inhouding heeft plaatsgevonden als op 15 februari.
- Administratieve verwerking: De rode aantekeningen ("April" en "8a/1/4") wijzen op een overgang naar de administratie van de volgende maand. Het document dient als bewijsstuk voor de loonadministratie onder toezicht van de Wethouder voor de Pensioenen.
Historische Context
Het document dateert uit het voorjaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ambtelijke bureaucratie in Amsterdam functioneerde in deze periode door onder stringente regels. Het Marktwezen was een cruciale dienst, verantwoordelijk voor de distributie van voedsel en de controle op markten, wat in een tijd van schaarste en rantsoenering zeer gevoelig lag.
Dat deze ambtenaren op wachtgeld stonden, kan duiden op een inkrimping van de dienst of een politiek gemotiveerde schorsing, wat destijds veelvuldig voorkwam bij personeel dat door de bezetter als "onbetrouwbaar" werd bestempeld of wiens positie door de herinrichting van de overheid was vervallen. De zakelijke, droge toon van het document contrasteert scherp met de turbulente historische realiteit van 1943.