Dienstbrief / Ambtelijk schrijven.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk schrijven. 2 april 1943. De Directeur (van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier. SV
[handgeschreven paraaf in blauwe inkt]
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r.
8a/5/2 M. 2 April 1943.
aantal ambtenaren en werklieden.
Ter voldoening aan Uw circulaires d.d. 31 December
1931 No. 721 Arb. en 18 Februari 1939 No.95 g Arb.1939
heb ik de eer U te berichten, dat op 31 Maart 1943 in
dienst waren bij het Marktwezen:
66 vaste ambtenaren(waarvan 2 ambtenaren te werkge-
steld bij Bureau "Gemeente Gevol-
machtigde voor grossierszaken in
groenten en fruit")
6 tijdelijke ambtenaren(waarvan 4 ambtenaren sinds
7 Februari 1943 aangesteld bij
de Hulppolitie)
2 jeudige ambtenaren
1 ambtenaar op arbeidscontract
2 reservisten(als ambtenaar dienstdoende)
2 ambtenaren (gedetacheerd van Sociale Zaken)
7 vaste werklieden
1 reservist (als werkman dienstdoende)
Op 1 April 1943 waren bovengenoemde aantallen niet
gewijzigd.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele rapportage van de personeelsbezetting van de dienst 'Marktwezen' aan de wethouder van Arbeidszaken. Er wordt een gedetailleerde uitsplitsing gegeven van verschillende categorieën personeel (vast, tijdelijk, jeugdig, reservisten, etc.) per peildatum 31 maart 1943.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "heb ik de eer U te berichten", "Alhier"). In de tekst staat een spelfout: "jeudige" in plaats van "jeugdige".
* Bijzonderheden:
* Twee ambtenaren zijn gedetacheerd bij een specifiek bureau voor de groothandel in groenten en fruit, wat wijst op de strikte regulering van de voedselvoorziening in die tijd.
* Vier tijdelijke ambtenaren zijn aangesteld bij de "Hulppolitie".
* Er wordt gebruik gemaakt van "reservisten" die zowel administratieve als handmatige taken verrichten. Het document dateert van april 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De ambtelijke apparaten in steden bleven gedurende de bezetting grotendeels functioneren, zij het onder toezicht van de bezetter of door hen aangestelde functionarissen.
De vermelding van de Hulppolitie is saillant; deze werd tijdens de bezetting vaak uitgebreid om toezicht te houden op de naleving van (nieuwe) verordeningen. Ook de referentie naar de "Gemeente Gevolmachtigde voor grossierszaken in groenten en fruit" weerspiegelt de oorlogssituatie, waarin de distributie en handel van levensmiddelen volledig onder controle van de overheid stonden om schaarste en zwarte handel te bestrijden. De brief is een voorbeeld van de voortdurende bureaucratische controle en verslaglegging die zelfs onder oorlogsomstandigheden werd gehandhaafd.