Officieel besluit / Uitvoeringsbeschikking (fiscaal).
Origineel
Officieel besluit / Uitvoeringsbeschikking (fiscaal). 25 oktober 1943 (verzonden 17 november 1943). (2) Indien door toepassing van het vorige lid de werknemer nadeel ondervindt, doet de inspecteur den werknemer zoowel ten behoeve van de inhouding door den werkgever als ten behoeve van de inhouding door den tijdelijken werkgever afschriften van zijn beslissing toekomen. De werknemer is verplicht bij beëindiging van zijn dienstbetrekking bij den tijdelijken werkgever het van dezen ingevolge artikel 16, lid 3, van het Besluit op de Loonbelasting 1940 ontvangen afschrift van de beslissing bij den inspecteur in te leveren.
Artikel 4.
Voor de toepassing van artikel 55, lid 1, onder 1°, van het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 wordt de dienstbetrekking bij den werkgever en de dienstbetrekking bij den tijdelijken werkgever als één dienstbetrekking aangemerkt.
Artikel 5.
(1) De werkgever is verplicht de loonbelasting, welke vóór het in werking treden van deze beschikking meer zou zijn ingehouden, indien deze beschikking van 1 Januari 1943 af van toepassing ware geweest, alsnog bij de volgende uitbetalingen van loon in te houden. De tijdelijke werkgever behoort de voor deze inhouding benoodigde gegevens binnen acht dagen na het in werking treden van deze beschikking aan den werkgever te verstrekken.
(2) De inspecteur bepaalt den termijn, waarbinnen de in het vorige lid bedoelde inhouding behoort te hebben plaats gevonden.
Artikel 6.
(1) Deze beschikking wordt aangehaald als: Dertiende Uitvoerings-beschikking Loonbelasting 1940.
(2) Zij treedt in werking op den dag, volgende op dien van haar afkondiging in de Nederlandsche Staatscourant.
Deventer, 25 October 1943.
De waarnemend Secretaris-Generaal voornoemd,
H. Postma.
Toegezonden den 17en November 1943 door den Directeur der Gemeente-belastingen.
Secr. A'dam
afd. Bel. 10
[Stempels op het document, deels ondersteboven en vaag:]
GEMEENTEBELASTINGEN AMSTERDAM
HOOFDKANTOOR
HEERENGRACHT 196
No. 1161 Het document bevat de artikelen 4 tot en met 6 van de "Dertiende Uitvoeringsbeschikking Loonbelasting 1940". De tekst regelt de fiscale afhandeling van werknemers die bij een 'tijdelijke werkgever' geplaatst zijn, waarbij de verschillende dienstbetrekkingen voor de belastingheffing als één worden gezien (Artikel 4).
Bijzonder is Artikel 5, dat een terugwerkende kracht voorschrijft tot 1 januari 1943. Werkgevers worden verplicht om loonbelasting die over het verstreken jaar te weinig is ingehouden, alsnog te verrekenen bij toekomstige loonbetalingen. De technische uitvoering en informatie-uitwisseling tussen de oorspronkelijke en tijdelijke werkgever wordt hierbij strikt voorgeschreven. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De fiscale wetgeving werd in deze jaren aangepast om aan te sluiten bij de Duitse systematiek, waaronder de introductie van het Besluit op de Loonbelasting 1940 en de Inkomstenbelasting 1941.
De ondertekenaar, H. Postma, was een hooggeplaatste ambtenaar (waarnemend Secretaris-Generaal). Tijdens de bezetting bleven de ministeries functioneren onder leiding van de Secretarissen-Generaal, omdat de ministers naar Londen waren uitgeweken. De stempels van de Gemeentebelastingen Amsterdam (Heerengracht 196) tonen aan dat dit een officieel exemplaar is dat werd gebruikt door de gemeentelijke belastingdienst voor de lokale uitvoering van de nationale belastingwetgeving. De datum van toezending (17 november 1943) duidt op de administratieve verwerkingstijd na de eigenlijke vaststelling in Deventer. H. Postma