Getypte ambtelijke brief/nota (pagina 2).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota (pagina 2). -2-
kasregister. Uitgaven worden door hen niet gedaan; de onder 4
genoemde ambtenaar heeft den kassier van het Hoofdkantoor tij-
dens diens vacantie vervangen en was toen belast met het ontvan-
gen en uitgeven van gelden.
Genoemde ambtenaren zijn verantwoordelijk voor de hun toe-
vertrouwde gelden; uiteraard brengt hun werk dus financieel ri-
sico met zich mede.
In het tijdvak van 30 April tot en met 14 Juni 1942 beliep
het kasbeheer van de sub.1 genoemden ambtenaar een bedrag van
ƒ 102.880,81;
van den sub.2 genoemden ambtenaar ƒ 331.238,94 van 28 Mei
tot en met 29 December 1942;
van den sub.3 genoemden ƒ 436.828,80 van 17 Juni - 29 Decem-
ber;
van den sub.4 genoemden ƒ 28.150,77 ontvangsten
" 26.236,87 uitgaven
---------------------
ƒ 54.387,64 van 27 Juli - 15 Augus-
tus 1942.
Op grond van het bovenstaande acht ik het billijk, dat aan
hun als vergoeding voor het door hen gedragen risico een kastoe-
lage wordt toegekend.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat bij Besluit van den Burgemeester aan bovengenoemde amb-
tenaren voor het jaar 1942 een kastoelage wordt toegekend tot een
nader door de afdeeling Financiën aan te geven bedrag.
Voor de goede orde bericht ik U nog, dat volgens mijn infor-
maties de ambtenaren Viëtor en Cobussen, volgens een bij den
Dienst van Sociale Zaken bestaande regeling voor kasbeheer over
de periode van 1942, voordat zij bij het Marktwezen waren gede-
tacheerd, een kastoelage zullen ontvangen van respectievelijk
ƒ 80,- voor een omzet van ƒ 354.984,- en ƒ 80,- voor een omzet
van ƒ 379.883,-.
De Directeur, Dit document is een formeel verzoek van een directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen) om een 'kastoelage' toe te kennen aan vier ambtenaren die in 1942 grote geldsommen hebben beheerd. De argumentatie stoelt op het financiële risico dat deze ambtenaren liepen; in die tijd waren ambtenaren vaak persoonlijk aansprakelijk voor kastekorten.
De genoemde bedragen zijn voor die tijd zeer aanzienlijk, variërend van ruim 54.000 tot ruim 436.000 gulden over relatief korte periodes. Er wordt een vergelijking getrokken met ambtenaren Viëtor en Cobussen, die elders (Dienst van Sociale Zaken) voor vergelijkbare werkzaamheden reeds een toelage van 80 gulden ontvingen. De brief is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1942). Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, weerspiegelt het document de voortgang van de gemeentelijke bureaucratie in een grote stad. De kastoelage was een standaard instrument in de ambtenarij om het risico van het fysiek hanteren van contant geld te compenseren. Het document biedt inzicht in de administratieve hiërarchie (verzoek via de Directeur aan de Burgemeester) en de omvang van de geldstromen binnen gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen tijdens de oorlogsjaren.