Handgeschreven aantekeningen of examenuitwerkingen betreffende strafrecht/politiekennis.
Origineel
Handgeschreven aantekeningen of examenuitwerkingen betreffende strafrecht/politiekennis. 6 augustus 1943. Amsterdam 6 Aug 1943
J.W. de Vos.
- Een feit is strafbaar, wanneer het vooraf wettelijk strafbaar is gesteld.
- Verdachte is diegene op wiens aanzien uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.
Verder wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wien de vervolging is gericht. - Ja ten allen tijde. Tot het vragen van naam, adres, geboortedatum en beroep.
- op heterdaad
- b.v. wanneer door middel van pers of radio aanhouding van verdachte verzocht is
- neen, Ja.
- alle voorwerpen waarmede een misdrijf gepleegd is en voorwerpen van misdrijf afkomstig voorwerpen waarvan vernietiging en verbeurdverklaring kan worden bevolen.
Ter beschikking stellen van den Off. v. Justitie -
- Ambtseedig 2. gedagteekenden onderteekend.
juiste en nauwkeurige opgave van plaats enz.
- Ambtseedig 2. gedagteekenden onderteekend.
- Bij den Comm. v. Pol. in de sectie waar men dienst doet.
-
neen. Ja. b.v. tweegevecht. dierenmishandeling.
[Paraaf] Het document bevat antwoorden op vragen over het Nederlandse strafrecht en de strafvordering, waarschijnlijk als onderdeel van een politieopleiding of een officieel examen. De tekst volgt nauwgezet de juridische definities van die tijd: -
Punt 1 is de weergave van het legaliteitsbeginsel (artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht).
- Punt 2 geeft de definitie van een verdachte (artikel 27 Sv).
- Punt 3 t/m 5 behandelen de bevoegdheden bij staande houding en aanhouding, zowel op heterdaad als buiten heterdaad.
- Punt 7 betreft de regels rondom inbeslagname (beslaglegging) en verbeurdverklaring.
- Punt 8 somt de formele vereisten van een proces-verbaal op (ambtseed, dagtekening, ondertekening).
- Punt 10 noemt specifieke delicten zoals het 'tweegevecht' (duelleren), wat destijds nog een prominent voorbeeld was in juridische leerboeken. Het document is gedateerd op 6 augustus 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud strikt juridisch-Nederlands van aard is, vond de handhaving in deze periode plaats onder toezicht van de bezetter. De schrijver, J.W. de Vos, was vermoedelijk een (aspirant-)agent van de Amsterdamse politie die werd getoetst op zijn kennis van het Wetboek van Strafvordering en Strafrecht. De verwijzing naar de "Comm. v. Pol." (Commissaris van Politie) en de "Off. v. Justitie" (Officier van Justitie) duidt op de vigerende hiërarchie binnen het toenmalige opsporingsapparaat. J.W. de Vos Politie
Samenvatting
Het document bevat antwoorden op vragen over het Nederlandse strafrecht en de strafvordering, waarschijnlijk als onderdeel van een politieopleiding of een officieel examen. De tekst volgt nauwgezet de juridische definities van die tijd:
- Punt 1 is de weergave van het legaliteitsbeginsel (artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht).
- Punt 2 geeft de definitie van een verdachte (artikel 27 Sv).
- Punt 3 t/m 5 behandelen de bevoegdheden bij staande houding en aanhouding, zowel op heterdaad als buiten heterdaad.
- Punt 7 betreft de regels rondom inbeslagname (beslaglegging) en verbeurdverklaring.
- Punt 8 somt de formele vereisten van een proces-verbaal op (ambtseed, dagtekening, ondertekening).
- Punt 10 noemt specifieke delicten zoals het 'tweegevecht' (duelleren), wat destijds nog een prominent voorbeeld was in juridische leerboeken.
Historische Context
Het document is gedateerd op 6 augustus 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud strikt juridisch-Nederlands van aard is, vond de handhaving in deze periode plaats onder toezicht van de bezetter. De schrijver, J.W. de Vos, was vermoedelijk een (aspirant-)agent van de Amsterdamse politie die werd getoetst op zijn kennis van het Wetboek van Strafvordering en Strafrecht. De verwijzing naar de "Comm. v. Pol." (Commissaris van Politie) en de "Off. v. Justitie" (Officier van Justitie) duidt op de vigerende hiërarchie binnen het toenmalige opsporingsapparaat.