Officiële circulaire/dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële circulaire/dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 17 februari 1943. GEMEENTE AMSTERDAM
Afd. Arbeidszaken
No. 62/2 A.V. 1942.
BIJLAGEN
Onderwerp:
Loongegevens Z.W., O.W.,
enz. over 1942.
Amsterdam, 17 FEB. 1943
[Handgeschreven in blauw]: No. 8$^a$/24/1 M. 1943 [met een schuine streep en 'W/2' eronder]
Ter vaststelling van de ingevolge de Ziektewet, het Ziekenfondsbesluit en de Kinderbijslagwet verschuldigde premiën over 1942, voorts in verband met de jaarlijksche verzameling van loongegevens ingevolge de Ongevallenwet-1921, ten behoeve van de loonstatistiek en ten slotte met het oog op de door den Gemeentelijken Accountantsdienst verlangde gegevens, verzoek ik U bijgaande lijsten nauwkeurig in te vullen en zoo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor 1 April a.s. terug te zenden aan de afdeeling Arbeidszaken, per adres: Kamer 208, Raadhuis.
Hierbij dienen de volgende regelen in acht te worden genomen.
1. Mannelijk en vrouwelijk personeel en verdere splitsing in categorieën.
De opgaven moeten gesplitst zijn in mannelijk en vrouwelijk personeel, waarbij tevens er op gelet dient te worden, dat Ambtenaren en Werklieden op de voor elk bestemde lijsten worden opgenomen.
Aan het hoofd van de lijst wordt aangegeven voor welke categorie en voor welk bedrijfsnummer de lijst geldt.
2. Algemeene aanwijzingen.
De bijgevoegde lijsten dienen alleen voor dat gedeelte van het personeel, voor hetwelk geen stamkaarten behoeven te worden ingezonden en hetwelk van uw tak van dienst in 1942 loon heeft ontvangen.
Dit personeel omvat dus:
a. Arbeidscontractanten ex art. 1d Ambtenarenreglement en arbeidscontractanten ex art. 1 Werkliedenreglement, voor zoover zij niet op stamkaart zijn gebracht;
b. ander personeel, voor hetwelk geen stamkaarten zijn aangelegd, inclusief volontairs.
Alle lijsten moeten worden getotaliseerd en het aantal personen van iedere categorie moet worden vermeld.
Bij wijze van werkverschaffing te werk gestelde arbeidscontractanten (onder wie ook begrepen de te werk gestelde „intellectueelen”), blijven bij deze loonopgaven buiten beschouwing.
3. Wijziging in aanstelling.
De loongegevens op deze lijsten mogen in geen geval ook op een stamkaart voorkomen. Indien voor een deel der hierbedoelde personen stamkaarten zijn aangelegd omdat zij in den loop van 1942 een vaste of tijdelijke aanstelling hebben gekregen, of te werk gesteld zijn als arbeidscontractant naar burgerlijk recht, voor werkzaamheden van bijzonderen (voortdurenden) aard (afgekort A.B.R.W. v.a.), wordt in de kolom „Opmerkingen” aangeteekend, dat een stamkaart is aangelegd.
Omgekeerd moet, indien een vaste of tijdelijke aanstelling of tewerkstelling op arbeidscontract voor werkzaamheden van bijzonderen aard is gevolgd door een tewerkstelling als arbeidscontractant voor werkzaamheden van zeer tijdelijken aard, in de kolom „Opmerkingen” de aanduiding worden geplaatst: „zie stamkaart”; òòk indien de vorige aanstelling bij een anderen tak van dienst heeft plaats gehad, alsdan met aanduiding van dien dienst.
4. Invulling der lijsten.
De invulling der lijsten geschiedt nominatief, behoudens in het geval voorzien sub 5 en sub 8. De adressen worden weggelaten. In de kolom „loon” wordt het aan loon ontvangen bedrag ingevuld d.w.z. het voor de betrekking vastgestelde groepsloon, vermeerderd met vergoeding voor overwerk, waarde vacantiebons, e.d., eventueel verminderd met 3 % ongehuwdenaftrek.
De betalingen wegens a 6 % duurtetoeslag, b aanvulling op ongevallenuitkeering of ziekengelduitkeering en uitkeering over karenz- of wachtdagen, als bedoeld in par. 5 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit of volgens een bijzondere regeling (b.v. Luchtbeschermingsdienst, maandzusters ziekenhuizen) en c kindertoeslag, worden respectievelijk in de kolommen 5, 6 en 7 ingevuld. Kolom 8 vermeldt het totale „verdiende” loonbedrag en kolom 11 het „ontvangen” loonbedrag, nadat aftrek wegens verschuldigde premie krachtens Ziektewet en Ziekenfondsbesluit heeft plaats gevonden. De 3 % ongehuwdenaftrek wordt dus niet in deze loonbedragen opgenomen, doch in kolom 13 afzonderlijk vermeld.
In kolom 12 wordt de geldswaarde van eventueele „emolumenten” ingevuld. Als emolumenten komen in aanmerking:
1 vrije kost en inwoning geldswaarde 450.— per jaar
2 „ kost „ „ 350.— „ „
3 „ inwoning „ „ 100.— „ „
4 „ kleeding- of uniform „ „ 100.— „ „
5 „ woning „ „ 200.— „ „
Per maand, week of dag wordt hiervan resp. 1/12, 1/50 of 1/300 der geldswaarde berekend. Andere verstrekkingen worden berekend naar de waarde daarvan. De aldus berekende geldswaarde der emolumenten wordt niet onder het „loon” begrepen, doch alleen in de betreffende kolom aangeteekend.
Aan het Hoofd van Dienst
ALHIER [Handgeschreven]: Falckstraat 14.
[Rechtsonder blauw stempel]: B.A. Het document is een administratieve instructie voor het verzamelen van loongegevens over het jaar 1942. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor de berekening van premies voor de Ziektewet, het Ziekenfondsbesluit en de Kinderbijslagwet, alsmede voor de loonstatistiek en de Ongevallenwet.
Opvallend is de gedetailleerde wijze waarop de looncomponenten moeten worden gesplitst (bruto loon, toeslagen, kindertoeslag, en emolumenten zoals kost en inwoning). Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen personeel dat op een 'stamkaart' staat en personeel dat op losse lijsten moet worden vermeld (voornamelijk tijdelijke krachten en contractanten). De brief getuigt van een complexe gemeentelijke bureaucratie in oorlogstijd. De brief is gedateerd op 17 februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document een puur administratief karakter heeft, weerspiegelt het de voortzetting van het ambtelijk apparaat onder de bezetter. Specifieke verwijzingen zoals naar de "Luchtbeschermingsdienst" (punt 4) herinneren aan de oorlogsomstandigheden. De "ongehuwdenaftrek" van 3% was een destijds geldende fiscale maatregel.
De geadresseerde, de Dienst Marktwezen, was verantwoordelijk voor de marktgelden en de organisatie van de Amsterdamse markten. Het adres Falckstraat 14 huisvestte diverse gemeentelijke diensten. Het gebruik van termen als "werkverschaffing" en "intellectueelen" in dat kader verwijst naar de projecten die opgezet waren om werklozen (ook uit de hogere beroepsgroepen) aan de slag te houden, vaak onder druk van de bezetter.