Typschrift (waarschijnlijk een doorslag/archiefkopie van een uitgaande brief).
Origineel
Typschrift (waarschijnlijk een doorslag/archiefkopie van een uitgaande brief). 4 mei 1943. De Directeur (specifieke dienst niet vermeld). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier. 8a/28/1b
Verzonden 4/5 [handtekening]
4 Mei 1943.
Uitkeeringen van
in Duitsland te werk
gesteld Gemeentepersoneel.
Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r.
Naar aanleiding van Uw circulaire
d.d. 26 Februari jl. no. 1610ci.Arb.1942
bericht ik U, dat op 31 Maart jl. geen
ambtenaren of werklieden van mijn dienst
in Duitsland te werk waren gesteld.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke mededeling van een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder van Arbeidszaken. De kern van de brief is een 'nihil-melding': de directeur rapporteert dat er op de peildatum van 31 maart 1943 geen personeelsleden van zijn specifieke dienst in Duitsland tewerkgesteld waren.
De brief is kort en zakelijk van toon, kenmerkend voor administratieve correspondentie uit die tijd. De tekst onder "A l h i e r" is voorzien van een dubbele onderstreping bestaande uit gelijktekens, wat destijds een gebruikelijke manier was om de bestemming binnen dezelfde gemeente te benadrukken. De handgeschreven aantekening "Verzonden 4/5" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (mei 1943). Het biedt direct inzicht in de bureaucratische afhandeling van de Arbeidseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland).
Vanaf 1942 werd de druk op de Nederlandse bevolking om in de Duitse oorlogsindustrie te werken steeds groter. Gemeentelijke diensten werden verplicht om nauwkeurig te rapporteren over hun personeelsbestand en wie er naar Duitsland was uitgezonden of daar vrijwillig werkte. In deze specifieke brief wordt verwezen naar een circulaire uit februari 1942, wat aangeeft dat deze informatievergaring een doorlopend administratief proces was. Hoewel deze specifieke dienst op dat moment geen personeel in Duitsland had, illustreert het document hoe de bezettingsmaatregelen doordrongen tot in de haarvaten van de lokale overheid.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke mededeling van een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder van Arbeidszaken. De kern van de brief is een 'nihil-melding': de directeur rapporteert dat er op de peildatum van 31 maart 1943 geen personeelsleden van zijn specifieke dienst in Duitsland tewerkgesteld waren.
De brief is kort en zakelijk van toon, kenmerkend voor administratieve correspondentie uit die tijd. De tekst onder "A l h i e r" is voorzien van een dubbele onderstreping bestaande uit gelijktekens, wat destijds een gebruikelijke manier was om de bestemming binnen dezelfde gemeente te benadrukken. De handgeschreven aantekening "Verzonden 4/5" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (mei 1943). Het biedt direct inzicht in de bureaucratische afhandeling van de Arbeidseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland).
Vanaf 1942 werd de druk op de Nederlandse bevolking om in de Duitse oorlogsindustrie te werken steeds groter. Gemeentelijke diensten werden verplicht om nauwkeurig te rapporteren over hun personeelsbestand en wie er naar Duitsland was uitgezonden of daar vrijwillig werkte. In deze specifieke brief wordt verwezen naar een circulaire uit februari 1942, wat aangeeft dat deze informatievergaring een doorlopend administratief proces was. Hoewel deze specifieke dienst op dat moment geen personeel in Duitsland had, illustreert het document hoe de bezettingsmaatregelen doordrongen tot in de haarvaten van de lokale overheid.