Officieel rondschrijven (dienstbrief).
Origineel
Officieel rondschrijven (dienstbrief). 14 juli 1943. L.
G E M E E N T E A M S T E R D A M
No 1144 a Arb. 1943
AMSTERDAM, 14 Juli 1943.
No. 84/55/B M. 1943 15/7 [stempel en handgeschreven]
Ten vervolge op myn rondschryven, dd. 13 Juli 1943, No 1144 Arb., waarby ik U verzocht een opgave te zenden van de by Uw diensttak werkzaam zynde personen, die geboren zyn in het jaar 1924, verzoek ik U my thans in duplo een gelyke opgave te zenden van de personen, die geboren zyn in de jaren 1923 en 1922 (uitsluitend mannelyke).
Indien van de jaarklassen 1922, 1923 en 1924 reeds personen in Duitscland [sic] zyn te werk gesteld, dan zal dit achter hun namen dienen te worden vermeld.
De staat voor de jaarklasse 1924 mag niet met dien voor de jaarklassen 1922 en 1923 worden gecombineerd.
Uw opgave wordt met den grootst mogelyken spoed tegemoet gezien.
De Wethouder voor de Arbeidszaken,
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten
en Bedryven.
Arb.z. Stadhuis,
A'dam, Juli '43.
Volgnr. 59.
[Handtekening] Dit document is een dwingende administratieve instructie binnen het apparaat van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het verzamelen van persoonsgegevens van jonge mannelijke ambtenaren en werknemers (geboren in 1922-1924).
Enkele opvallende kenmerken:
* Urgentie: De zinsnede "met den grootst mogelyken spoed" is dubbel onderstreept, wat wijst op de zware druk van de Duitse bezetter om deze gegevens snel aan te leveren.
* Doel: Hoewel het woord 'Arbeitseinsatz' niet letterlijk valt, laat de context (jaarklassen van jonge mannen en de expliciete vermelding van wie al in Duitsland werkt) geen twijfel bestaan over het doel: het rekruteren van dwangarbeiders.
* Bureaucreatie: De eis om opgaven "in duplo" aan te leveren en de strikte scheiding tussen de jaarklasse 1924 en de rest, toont hoe de bezetter de bestaande gemeentelijke administratie als een efficiënte machine gebruikte voor hun oorlogsdoelen. In de zomer van 1943 bereikte de Arbeitseinsatz in Nederland een kritiek punt. Na het debacle bij Stalingrad had nazi-Duitsland een enorme behoefte aan mankracht om de eigen industrie draaiende te houden terwijl Duitse mannen naar het front werden gestuurd.
De gemeente Amsterdam stond in deze periode onder leiding van de regeringscommissaris Edward Voûte en NSB-wethouders, waaronder Jan Smit voor Arbeidszaken. Zij werkten actief mee aan de eisen van de bezetter. Het feit dat dit rondschrijven specifiek gericht is aan de "Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedryven" van de gemeente zelf, laat zien dat zelfs vitale stadsdiensten niet gespaard bleven bij het vorderen van personeel voor de Duitse oorlogsindustrie. Voor veel van de mannen op deze lijsten betekende dit een keuze tussen onderduiken of gedwongen vertrek naar Duitsland.