Handgeschreven ambtelijk bericht/notitie op een los blad.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk bericht/notitie op een los blad. Den Heer Weth. v. d. A. Zaken
Hiermede heb ik de eer U te
berichten, dat zulke gevallen, als
bedoeld bij Uw circulaire no van 7 Sept jl
no. 1393 a A.R.B. 1943, ~~bij mijnen dienst~~
zich bij mijn Dienst niet
hebben voorgedaan.
[Onderaan links in rode inkt:] 81/69/2
[Paraaf/Handtekening midden onder:] D/R
[Paraaf rechts onder:] v.D. Dit document is een formele "nihil-mededeling" binnen een gemeentelijke of provinciale administratie. De afzender rapporteert aan de Wethouder van Algemene Zaken dat bepaalde gebeurtenissen of situaties ("zulke gevallen"), waarover in een specifieke circulaire (nr. 1393 a) instructies waren gegeven, niet zijn voorgekomen binnen de betreffende afdeling.
De tekst bevat een correctie: aan het einde van regel 5 is "bij mijnen dienst" doorgestreept, waarna de zin op regel 6 en 7 opnieuw is opgezet ("zich bij mijn Dienst niet hebben voorgedaan"). Dit wijst op een zorgvuldige, zij het handgeschreven, ambtelijke verslaglegging. Het rode nummer "81/69/2" is vermoedelijk een archief- of dossierkenmerk toegevoegd door een registrator. Het document dateert uit het najaar van 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "A.R.B." staat waarschijnlijk voor het Algemeen Rijksblad, waarin overheidsbesluiten en verordeningen werden gepubliceerd.
Tijdens de bezetting nam de bureaucratische last op gemeentelijke diensten enorm toe. Er moest over een breed scala aan zaken gerapporteerd worden aan de bezetter of aan collaborerende instanties, variërend van de registratie van Joodse burgers en de vordering van metalen tot personele zuiveringen en de inzet van de Arbeidsdienst. Hoewel de aard van de "gevallen" in dit specifieke document niet wordt genoemd, is de droge, ontwijkende of feitelijke rapportage ("het heeft zich niet voorgedaan") kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit deze beladen periode. A. Zaken
Samenvatting
Dit document is een formele "nihil-mededeling" binnen een gemeentelijke of provinciale administratie. De afzender rapporteert aan de Wethouder van Algemene Zaken dat bepaalde gebeurtenissen of situaties ("zulke gevallen"), waarover in een specifieke circulaire (nr. 1393 a) instructies waren gegeven, niet zijn voorgekomen binnen de betreffende afdeling.
De tekst bevat een correctie: aan het einde van regel 5 is "bij mijnen dienst" doorgestreept, waarna de zin op regel 6 en 7 opnieuw is opgezet ("zich bij mijn Dienst niet hebben voorgedaan"). Dit wijst op een zorgvuldige, zij het handgeschreven, ambtelijke verslaglegging. Het rode nummer "81/69/2" is vermoedelijk een archief- of dossierkenmerk toegevoegd door een registrator.
Historische Context
Het document dateert uit het najaar van 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "A.R.B." staat waarschijnlijk voor het Algemeen Rijksblad, waarin overheidsbesluiten en verordeningen werden gepubliceerd.
Tijdens de bezetting nam de bureaucratische last op gemeentelijke diensten enorm toe. Er moest over een breed scala aan zaken gerapporteerd worden aan de bezetter of aan collaborerende instanties, variërend van de registratie van Joodse burgers en de vordering van metalen tot personele zuiveringen en de inzet van de Arbeidsdienst. Hoewel de aard van de "gevallen" in dit specifieke document niet wordt genoemd, is de droge, ontwijkende of feitelijke rapportage ("het heeft zich niet voorgedaan") kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit deze beladen periode.