Getypt verslag van een verhoor/verklaring (bijlage bij een brief).
Origineel
Getypt verslag van een verhoor/verklaring (bijlage bij een brief). Bijlage I. Behoort bij brief no.8a/70/1 M.d.d. 8 December 1942 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en
den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.
Heden, 2 December 1942 te ongeveer 22 uur hoorden wij
den op de Centrale Markt dienstdoende hondenwacht Brassing in ver-
band met het door de tweede ondergeteekende opgemaakte personeels-
contrôlerapport van 2 December 1942. Brassing verklaarde zakelijk
als volgt:
"In den nacht van 2 December tusschen 1.30 en 1.45 uur
ben ik door mijn hond in mijn hand gebeten. Twee mij van gezicht
bekende contrôleurs troffen mij op bovengenoemd tijdstip aan bij de
urinoir langs het grasveld. Ik ben met hen meegegaan en door een van
hen op het kaartenkantoor verbonden. Daarna ben ik rechtstreeks naar
mijn wachthuisje, hetwelk achter op de Centrale Markt staat (bij het
Koelhuis) gegaan en heb daar ongeveer 10 minuten gerust. Ik ben toen
het terrein opgeloopen om mijn collega af te lossen. Ik heb hem bij
de cantine Noord aangetroffen. Het was toen ongeveer 1.55 uur. Ik
ben toen in een langzaam tempo naar den ingang van de Centrale Markt
geloopen, alwaar ik bij de benzinepomp werd staande gehouden door
2 contrôleurs van het Marktwezen. Het was toen ongeveer 2 uur. "
De waarnemend Bedrijfschef,
[Handtekening: Th. den Buik]
De dienstdoende Chef-markt-
opzichter, Het document is een officieel verslag waarin de verklaring van hondenwacht Brassing is vastgelegd. De aanleiding voor dit verhoor was een 'personeels-contrôlerapport' dat eerder die dag was opgesteld. Brassing moet verantwoording afleggen voor zijn bewegingen op het terrein van de Centrale Markt tijdens de nachtelijke uren. Hij verklaart dat een incident met zijn diensthond (een beet in de hand) leidde tot een onderbreking van zijn normale surveillance, waarbij hij medische hulp zocht bij het kaartenkantoor en kort rustte in zijn wachthuisje nabij het Koelhuis. De tekst is zakelijk en administratief van aard, kenmerkend voor de verslaglegging van gemeentelijke diensten in die tijd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie (bonnenstelsel) was de bewaking van voedselvoorraden extreem streng. Hondenwachten werden ingezet om diefstal en zwarte handel tegen te gaan. De gedetailleerde controle op het personeel ('personeels-contrôlerapport') wijst op de strikte discipline en het toezicht dat onder het bezettingsregime en de schaarste werd uitgeoefend op cruciale locaties zoals de markt. De genoemde functies (Directeur Marktwezen, Adviseur Voedings- en Distributieaangelegenheden) waren in deze jaren sleutelfiguren in het beheersen van de voedselstroom in de stad. I. Behoort Marktwezen