Ambtelijke correspondentie / intern memorandum.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / intern memorandum. 20 september 1903 (gebaseerd op de notatie "20/9 03" onderaan). Onbekend (ondertekend met initialen, mogelijk van een gemeentelijke afdeling). Den Heer Dir. v. d. Plaatselijken Telefoon
N.a.v. de circulaire van den Heer Stadsing.
d.d. 20 Sept. jl (Afd. Comm. R. no. 20/03), doe ik U [doorgehaald: onleesbaar]
onderstaande opgave toekomen, van alle telefoon-
nummers van mijn dienst, zoowel als van de
dienstaanwijzingen der afdeeling, zooals deze
zullen moeten worden opgenomen onder het
hoofd „Diensten & Bedrijven” in de plaatselijke tele-
foongids.
[onderaan:]
84/74/2 [in rode inkt]
[Handtekening/Initialen]
20/9 03
v. G. [in rode inkt] * Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, begin-20e-eeuws Nederlands (bijv. "den Heer", "zoowel", "afdeeling"). De afkorting "Stadsing." staat voor Stadsingenieur.
* Inhoud: De schrijver reageert op een eerdere circulaire (rondschrijven) van de stadsingenieur. Hij levert de noodzakelijke gegevens aan voor de telefoongids, specifiek voor de rubriek "Diensten & Bedrijven". Dit duidt op een periode waarin de telefonie in steden sterk in opkomst was en de administratie hiervan (zoals het bijhouden van gidsen) een formele taak was.
* Paleografie: Het schrift is een vlot, cursief handgeschrift uit de late 19e/vroege 20e eeuw. De doorhaling in de derde regel suggereert dat dit mogelijk een concept- of minuutbrief is.
* Administratieve sporen: De cijfercombinatie "84/74/2" en de initialen "v. G." in rode inkt zijn typische archiefkenmerken of registratienummers die later zijn toegevoegd tijdens de verwerking van het document. Dit document stamt uit de tijd dat de telefonie in Nederland nog vaak lokaal of per gemeente georganiseerd was (voordat het een rijksdienst werd onder de PTT). De "Plaatselijke Telefoon" was in veel grote steden, zoals Amsterdam of Rotterdam, een gemeentelijke dienst.
De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke afdelingen (zoals de Dienst der Publieke Werken, waar de Stadsingenieur vaak onder viel) om de bereikbaarheid van de overheid voor de burger in de nieuwe telefoongidsen te waarborgen. Het jaar 1903 valt in de beginfase van de grootschalige uitrol van het telefoonnetwerk in Nederlandse steden.
Samenvatting
- Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, begin-20e-eeuws Nederlands (bijv. "den Heer", "zoowel", "afdeeling"). De afkorting "Stadsing." staat voor Stadsingenieur.
- Inhoud: De schrijver reageert op een eerdere circulaire (rondschrijven) van de stadsingenieur. Hij levert de noodzakelijke gegevens aan voor de telefoongids, specifiek voor de rubriek "Diensten & Bedrijven". Dit duidt op een periode waarin de telefonie in steden sterk in opkomst was en de administratie hiervan (zoals het bijhouden van gidsen) een formele taak was.
- Paleografie: Het schrift is een vlot, cursief handgeschrift uit de late 19e/vroege 20e eeuw. De doorhaling in de derde regel suggereert dat dit mogelijk een concept- of minuutbrief is.
- Administratieve sporen: De cijfercombinatie "84/74/2" en de initialen "v. G." in rode inkt zijn typische archiefkenmerken of registratienummers die later zijn toegevoegd tijdens de verwerking van het document.
Historische Context
Dit document stamt uit de tijd dat de telefonie in Nederland nog vaak lokaal of per gemeente georganiseerd was (voordat het een rijksdienst werd onder de PTT). De "Plaatselijke Telefoon" was in veel grote steden, zoals Amsterdam of Rotterdam, een gemeentelijke dienst.
De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke afdelingen (zoals de Dienst der Publieke Werken, waar de Stadsingenieur vaak onder viel) om de bereikbaarheid van de overheid voor de burger in de nieuwe telefoongidsen te waarborgen. Het jaar 1903 valt in de beginfase van de grootschalige uitrol van het telefoonnetwerk in Nederlandse steden.