Archiefdocument
Origineel
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 1468 Arb. 1943.
Onderwerp:
Niet meer uitreiken A.R. en W.R.
aan gemeentepersoneel i.v.m. papierschaarschte.
No. 84/75/1 M. 1943 30/9 [stempel/handgeschreven]
Amsterdam, 27 September 1943.
Tot nu toe was het voorschrift, dat aan ambtenaren en werklieden, vallende resp. onder het Ambtenaren- en het Werkliedenreglement, bij indiensttreding een exemplaar van het voor hen geldende reglement moest worden uitgereikt.
Het bijwerken met de vele in die reglementen aangebrachte wijzigingen vordert echter veel tijd en maakt het reglement voor de belanghebbenden onoverzichtelijk, zoodat het gewenscht zou zijn tot herdruk over te gaan.
De huidige papierschaarschte laat dit echter niet toe.
In verband hiermede bepaal ik, dat voortaan uitreiking dier reglementen, c.q. van wijzigingsbladen aan in gemeentedienst tredend of zijnd personeel niet meer behoeft plaats te vinden, doch dat er mede kan worden volstaan op een of meer plaatsen, door U aan te wijzen, deze reglementen voor ambtenaren en werklieden ter inzage neer te leggen, zooals ook is bepaald voor de overige rechtspositievoorschriften (zie circulaire Wethouder Arbeidszaken van 16 Januari 1940, No. 94 Arb. 1940).
Aan alle ambtenaren en werklieden, op wie het Ambtenarenreglement resp. het Werkliedenreglement van toepassing is, zal schriftelijk moeten worden medegedeeld, dat wijzigingsbladen der reglementen of nieuwe reglementen niet kunnen worden verstrekt, doch dat op de gebruikelijke wijze zal worden bekend gemaakt, wanneer een wijziging heeft plaats gehad, waarna belanghebbenden op de aangegeven plaatsen van deze wijziging kunnen kennis nemen. Nieuw aan te stellen personeel zal eveneens in dezen zin moeten worden ingelicht.
De Burgemeester van Amsterdam,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
Aan Heeren Hoofden van
Diensten, Bedrijven en Administratiën.
Stadsdrukkerij Amsterdam 20515-4-48-150 Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De kern van de boodschap is een administratieve versobering: vanwege de nijpende schaarste aan papier wordt gestopt met het individueel verstrekken van het Ambtenarenreglement (A.R.) en het Werkliedenreglement (W.R.) aan (nieuwe) werknemers.
In plaats van eigen exemplaren te ontvangen, moeten werknemers voortaan de reglementen raadplegen op centrale locaties ("ter inzage"). Wijzigingen in de reglementen worden niet langer via losse wijzigingsbladen verspreid, maar enkel openbaar gemaakt via de gebruikelijke kanalen, waarna de ambtenaar zelf de geactualiseerde versie op de aangewezen plekken moet gaan inzien. Dit duidt op een verschuiving van de informatieplicht van de werkgever naar een haalplicht voor de werknemer, ingegeven door materiële nood. De brief is gedateerd in september 1943, een periode waarin de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de Nederlandse economie en administratie zeer voelbaar waren. De "papierschaarschte" waarover gesproken wordt, was een algemeen probleem; papier was gerantsoeneerd en drukwerk werd strikt gereguleerd door de bezetter.
Burgemeester Edward Voûte, die het document ondertekende, was in 1941 door de Duitse autoriteiten benoemd na het ontslag van burgemeester De Vlugt. Hoewel Voûte geen lid was van de NSB, gold hij als een 'collaborend' burgemeester die binnen de kaders van de bezettingsmacht opereerde. Het document illustreert hoe de dagelijkse gemeentelijke bureaucratie zich moest aanpassen aan de beperkingen van de oorlogstijd, waarbij zelfs fundamentele arbeidsvoorwaardelijke informatie niet langer op de gebruikelijke wijze aan het personeel kon worden verstrekt.