Handgeschreven concept-ambtelijke brief of minuut.
Origineel
Handgeschreven concept-ambtelijke brief of minuut. Omstreeks begin 1943 (verwijst naar een ingangsdatum van 1 januari 1943). [In de linkerbovenhoek, in potlood:]
onderwerp
herziening pensioengrond-
slagen i.v.m. overheidsdienst.
[In rode inkt en potlood bovenaan:]
9^b/8/2 W l m
[Hoofdtekst:]
N.a.v. de circulaire van den Ambte-
naar voor de Pensioenen d.d. 24 December v. j. [vorig jaar] no.
2911 P.B. / 10622.17.42 heb ik de eer U beleefd
te verzoeken wel te willen bevorderen, dat
bij Besluit van den Burg., gerekend te zijn ingaande
~~met ingang van~~ 1 Januari 1943 ~~en~~
~~over de jaren 1943~~ de pensioengrondslagen van
de op bijgaande staat vermelde ambtenaren
~~voor hunnen~~ over hunnen dienst, ingevolge artikel
5 lid 2 van het Koninklijk Besluit van 11 Juli 1922
(S. 444), zoals dit Besluit laatstelijk is gewijzigd,
worden vastgesteld zoals onder het hoofd "Nieuwe
Toestand" is aangegeven. Dit document is een ambtelijk concept (een 'minuut') voor een verzoek aan de burgemeester. De tekst is doorspekt met formele taal die kenmerkend is voor de Nederlandse administratie in de eerste helft van de 20e eeuw ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken").
Het document vertoont duidelijke sporen van het redactionele proces:
* Correcties: Er zijn verschillende zinsneden doorgehaald om de tekst beknopter of juridisch accurater te maken (bijv. de wijziging van "voor hunnen dienst" naar "over hunnen dienst").
* Verwijzingen: De tekst leunt zwaar op formele kaders, zoals een specifieke circulaire uit december 1942 en het Koninklijk Besluit van 11 juli 1922.
* Administratieve annotaties: De codes bovenaan (9^b/8/2) zijn waarschijnlijk dossier- of archiefnummers die gebruikt werden om het stuk binnen een registratuurstelsel te plaatsen. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (gezien de datumverwijzing naar januari 1943). Ondanks de bezetting bleef het Nederlandse ambtelijke apparaat grotendeels functioneren volgens de bestaande wetgeving, zoals de Pensioenwet 1922 (Staatsblad 444), waarnaar in de tekst expliciet wordt verwezen.
De kern van de brief is de uitvoering van een administratieve herziening. In 1942 en 1943 vonden er diverse aanpassingen plaats in de bezoldigingen en pensioengrondslagen van overheidspersoneel, vaak naar aanleiding van nieuwe circulaires van de Secretarissen-Generaal of de Pensioenraad. De verwijzing naar de "Nieuwe Toestand" duidt op een bijgevoegde lijst (staat) waarop de oude en de nieuw berekende pensioenrechten naast elkaar stonden. Dit soort documenten is essentieel voor sociaal-historisch onderzoek naar de rechtspositie van ambtenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog.