Verordening (gemeentelijk besluit).
Origineel
Verordening (gemeentelijk besluit). IV VERORDENING OP DEN DIENST VAN HET MARKTWEZEN.
Art. 1
De dienst van het Marktwezen omvat het beheer van de markten met de zich daarop bevindende inrichtingen, benevens het toezicht op de venters en de stand- en ligplaatshouders.
Art. 2
Burgemeester en Wethouders worden in het beheer bijgestaan door een commissie, als bedoeld in artikel 60, alinea 2, der Gemeentewet.
De samenstelling en de werkzaamheden dezer commissie worden bij afzonderlijke verordening geregeld.
Art. 3
Aan het hoofd van den dienst is geplaatst een directeur, aan wien het geheele aan den Dienst verbonden personeel ondergeschikt is en wien de regeling van alle werkzaamheden is opgedragen. Hij is belast met de leiding van den Dienst en is daarvoor verantwoordelijk.
[Handgeschreven in de kantlijn:] Volgens 16 6 - 1934
Art. 4
Het personeel bestaat uit ambtenaren en werklieden.
Het aantal dezer ambtenaren wordt jaarlijks geregeld bij de begrooting; het aantal der werklieden wordt in verband met de werkzaamheden bepaald.
[Handgeschreven aantekening met pijl:] Aanvulling
Art. 5
De markten worden verdeeld in:
I dagmarkten, nl.:
a de Centrale Markt,
b de Brandstoffenmarkt,
c de Vischmarkt,
d de Algemeene dagmarkt,
e de Boom- en Bloemmarkt;
II weekmarkten, n.l.:
a de Algemeene weekmarkt,
b de z.g. Uilenburgmarkt,
Art. 6
De dagmarkten worden gehouden iederen werkdag, de weekmarkten des Maandags, met uitzondering van de z.g. Uilenburgmarkt, welke alleen des Zondags gehouden wordt.
Valt een marktdag samen met een algemeen erkenden Christelijken feestdag, dan wordt de weekmarkt op den eerstvolgenden werkdag gehouden.
De z.g. Uilenburgmarkt wordt niet gehouden, wanneer een Zondag samenvalt met een der navolgende Israëlitische feestdagen: Paschen, Wekenfeest, Israeliëtisch Nieuwjaar, Loofhuttenfeest, Slotfeest, Vreugde der Wet. * Structuur: Het document volgt een strikt juridische structuur met genummerde artikelen. Het definieert achtereenvolgens de reikwijdte (Art. 1), het bestuur (Art. 2), de directievoering (Art. 3), het personeelsbeleid (Art. 4) en de classificatie en tijden van de markten (Art. 5 & 6).
* Taalgebruik: Er is sprake van de zogeheten 'naamvallen-spelling' (bijv. "den Dienst", "dezer commissie"). De terminologie is ambtelijk en formeel.
* Bestuurlijke context: De verwijzing naar artikel 60 van de Gemeentewet duidt op de wettelijke basis voor het instellen van bestuurscommissies door het college van B&W.
* Bijzonderheden: De handgeschreven toevoeging bij artikel 3 en 4 wijst erop dat dit document een werkexemplaar was voor een secretarie-ambtenaar of jurist die wijzigingen of actuele besluiten (van juni 1934) bijhield. Dit document biedt een waardevol inkijkje in de logistieke en maatschappelijke organisatie van een grote Nederlandse stad (zeer waarschijnlijk Amsterdam) in het interbellum.
Bijzonder opmerkelijk is Artikel 6, waarin de Uilenburgmarkt wordt genoemd. De Uilenburgmarkt was een bekende markt in de Amsterdamse Jodenbuurt. Omdat de Joodse bevolking de sabbat (zaterdag) vierde, was de zondag hun belangrijkste marktdag. De verordening houdt hier expliciet rekening mee door de markt op zondag toe te staan, maar tegelijkertijd te bepalen dat deze niet doorgaat op Joodse feestdagen zoals Pesach (Paschen), Sjawoe'ot (Wekenfeest), Rosj Hasjana (Nieuwjaar), Soekot (Loofhuttenfeest), Sjemini Atseret (Slotfeest) en Simchat Tora (Vreugde der Wet).
De opsomming van deze feestdagen in een officiële gemeentelijke verordening onderstreept hoe diep de Joodse cultuur en religie verankerd waren in het openbare leven en de lokale wetgeving van de stad vóór de Tweede Wereldoorlog.