Handgeschreven concept-nota.
Origineel
Handgeschreven concept-nota. Ongedateerd (conceptfase), vermoedelijk jaren '30 van de 20e eeuw. Nota inzake de entreegelden der Centrale Markt.
[In de rechterbovenhoek:] Concept 2 X
In aansluiting op onze Nota d.d. ........ i.z. wijziging marktgeldtarieven op de dagemarkten, hebben ondergetekenden de eer U hierbij een Nota aan te bieden i.z. wijziging van art. 15 der Verordening op Heffing van marktgelden enz. i.z. de belasting wegens het verleenen van toegang tot de C.M.: het zgn. entreegeld.
Art. 15 luidt:
overnemen a en b
Hieruit blijkt, dat het minimumtarief voor het personeel van een handelsman is vastgesteld, terwijl dit voor koopers, verkoopers e.d. een halfjaartarief bedraagt.
Gewezen moet worden op art. 4 laatste lid van het Regl. op de C.M., waarin is bepaald, dat aan koopers, verkoopers en expediteurs geen toegang wordt verleend voor een korteren termijn dan dien, waarvoor zij toegang verlangen voor hun personeel, hetgeen dus zal zeggen, dat koopers e.d., die personeel op na-houden, ook zelf minstens het maandtarief moeten betalen; bovendien wordt gewezen op art. 12 en 13 van dit Reglement, waarin o.a. wordt bepaald, dat aan verkoopers geen toegang wordt...
[Onderaan links, verticaal geschreven:]
Den Heer Directeur van het Marktwezen * Inhoud: Het document is een formeel voorstel tot wijziging van de marktverordening. De schrijver wijst op een discrepantie in de regels: terwijl er voor personeel bepaalde minimumtarieven gelden, geldt voor de handelaren (kopers en verkopers) in principe een halfjaarlijkse verplichting. Echter, door de koppeling in Artikel 4, worden handelaren met personeel gedwongen om minimaal een maandkaart voor zichzelf aan te schaffen.
* Schrijfstijl: Typisch ambtelijk proza uit de eerste helft van de 20e eeuw, gekenmerkt door lange zinnen en passieve constructies ("ondergetekenden de eer U hierbij...").
* Redactioneel: De tekst bevat instructies voor de definitieve versie, zoals de witruimte bij de datum en de instructie om delen van de bestaande wetgeving over te nemen ("overnemen a en b"). Dit document heeft vrijwel zeker betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat), die in 1934 in gebruik werden genomen. De administratie van het Marktwezen was in die tijd verantwoordelijk voor het reguleren van de toegang tot het terrein. Het "entreegeld" was een essentieel onderdeel van de financiering en het beheer van de marktstroom. De discussie over de duur van de toegangskaarten (dag-, maand- of halfjaartarief) toont de bureaucratische inspanningen om de toegangscontrole voor verschillende categorieën gebruikers (handelaren vs. personeel) te stroomlijnen.