Notulen/bespreekverslag van een ambtelijk overleg.
Origineel
Notulen/bespreekverslag van een ambtelijk overleg. 11 maart 1943. Notities van een bespreking op 11 Maart 1943 van den Directeur
van het Marktwezen, den Heer C.F. Sixma, den Heer F. van Heurs, den Gemeen-
telijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden; den Heer
J.J. Sieburgh, den Heer A.H. de Maer en den Heer H.A. van Duinhoven van het
Marktwezen met de Heeren Haasnoot, Directeur van de Nederlandsche Vissche-
rijcentrale te Den Haag; den Heer Veldkamp, Chef van de Afdeeling Ver-
deeling van deze Centrale en den Heer Vriens, Chef van de Afdeeling Gar-
nalen van de Nederlandsche Visscherijcentrale.
Onderwerpen: De punten, welke hier-
naast steeds bij elk onderwerp in het
kort zijn aangegeven.
1. Garnalen uit Zeeland.
Door de manipulaties van
grossier Rooseman is diens toewij-
zing in Zeeland (Vlissingen) in
vergelijking met 1942 teruggelopen
van 38% op 17%. (Jaarlijks worden
door de Nederlandsche Visscherij-
centrale de percentages opgemaakt
aan de hand van de aankoopen der
grossiers over het afgeloopen jaar;
Rooseman heeft in het afgeloopen
jaar zijn toewijzingen in Zeeland
lang niet opgenomen; vandaar zijn
achteruitgang). Door de handelingen
van een particulier moet Amsterdam
evenwel een belangrijke hoeveelheid
garnalen missen, hetgeen toch in
dezen tijd van voedselschaarschte
wel al te dwaas is. De Heer Vriens
der Nederlandsche Visscherijcentra-
le is bereid in te grijpen door òf
Rooseman geheel uit te schakelen en
de toewijzing aan een ander te geven
òf door Rooseman zijn 17% te laten
houden en de overige 21% aan een
anderen (nieuwen) Amsterdamschen
aanvoerder te geven. Dit laatste
acht hij, ter vermijding van con-
flicten met den groep Rooseman,
wenschelijker.
Thans definitieve oplossing
bespreken met den Heer Haasnoot.
De heer Vriens deelt mede, dat hij deze
aangelegenheid eenige weken geleden
met de Heeren Sieburgh en Van Duin-
hoven heeft besproken en daarbij
heeft toegezegd, dat de Centrale er
in principe geen bezwaar tegen heeft
dat de door Rooseman verwaarloosde
percentages ten goede komen van de
Gemeente Amsterdam. Moeilijkheid is
evenwel, dat er geen grossier is,
die op goede wijze deze aanvoeren
kan verzorgen. Wel zou Puul (Mooyer)
uit Volendam hiervoor in aanmerking
kunnen komen, doch deze moet reeds
den aanvoer uit het Noorden van het
land verzorgen.
De heer Van Heurs zegt, er kennis van
te hebben genomen, dat er dus blijk-
baar te dezer stede geen geschikte
grossier is, om deze aanvoeren te
verzorgen. Spreker moet echter op
den voorgrond stellen, dat het niet
op den weg van het Gemeentebestuur
kan en mag liggen om een bepaalde
grossier voor te dragen de desbetref-
fende percentages te mogen ontvangen.
De Gemeente zou zich daardoor gaan
bewegen op het terrein van het be-
hartigen van de belangen van een
particuliere onderneming, hetgeen
niet tot haar taak gerekend kan wor-
den. Wanneer echter de Nederlandsche
Visscherijcentrale aan het Gemeente-
bestuur vraagt of het bezwaar zou
hebben wanneer zij aan de Combinatie
Lammers de onderwerpelijke percen-
tages zou toewijzen, dan kan geant-
woord worden, dat de Gemeente daar-
tegen geen bezwaar zal hebben. Het
Gemeentebestuur is er dan van over-
tuigd, dat deze garnalen volledig ten
goede zullen komen aan de bevolking
van Amsterdam, terwijl de gedragingen
van de Combinatie bij den aanvoer
van de mosselen garandeeren, dat zij
alles in het werk zal stellen om deze [einde pagina]
[Handgeschreven linksonder:]
18/3 '43.
ter. naar Weth.
N.V.C.
H. Heurs
div.
th. Sieburgh
[Paraaf] Het document geeft een inkijkje in de complexe distributieproblematiek van voedsel in oorlogstijd. De kern van het conflict is dat de aanvoer van garnalen naar Amsterdam stagneert omdat de aangewezen grossier (Rooseman) zijn quota niet haalt. Hierdoor verliest de stad een aanzienlijk deel van haar toewijzing (een daling van 38% naar 17%).
Opvallend is de bureaucratische voorzichtigheid van de heer Van Heurs (Gemeente Amsterdam). Hij stelt expliciet dat de gemeente geen partij mag kiezen voor een private onderneming om "vriendjespolitiek" of onoorbare belangenverstrengeling te voorkomen. Tegelijkertijd suggereert hij met een diplomatieke omweg wel degelijk een specifieke partij: de "Combinatie Lammers". De motivatie hiervoor is de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking; men vertrouwt Lammers op basis van eerdere goede ervaringen met de mosselaanvoer. Dit overleg vond plaats in maart 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de Duitse bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele sector reguleerde. De vissector was een van de weinige bronnen van dierlijk eiwit die nog buiten de zeer krappe vleesrantsoenering viel, wat het belang van een goede aanvoer naar de grote steden vergrootte.
De handgeschreven notities onderaan dateren van 18 maart 1943, een week na de bespreking. De afkorting "ter. naar Weth." geeft aan dat het verslag is voorgelegd aan de verantwoordelijke wethouder voor verdere besluitvorming. De genoemde namen zoals "Puul (Mooyer)" verwijzen naar bekende vishandelaren uit die tijd die nog steeds bestaan in de sector.