Officieel bekendmakingsblad / Besluit.
Origineel
Officieel bekendmakingsblad / Besluit. 11 mei 1942. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
ADELHEIDSTRAAT 300 * 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 * TELEFOON 720080
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN * INTERCOMM. XX
VOOR AFD. DISTRIBUTIE & VISCHVERVOER TEL. 720060, TOESTEL 674 EN 722641
AFD. JUR. ZAKEN, No. 7692/150
'S-GRAVENHAGE, 11 MEI 1942
Betreffende:
regeling van de vischvoorziening van de gemeente Amsterdam
Aan belanghebbenden
Onderstaand treft U aan het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 (Regeling van de vischvoorziening van de gemeente Amsterdam).
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
(Handtekening)
Directeur.
TWEEDE UITVOERINGSBESLUIT VAN HET VISSCHERIJBESLUIT 1941
Regeling van de Vischvoorziening van de gemeente Amsterdam
DE NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE;
Gelet op het Visscherijbesluit 1941;
HEEFT BEPAALD:
§ 1.
Begripsbepaling.
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
„afslag”: de Gemeentelijke Vischafslag te Amsterdam, het zoogenaamde buitenterrein hieronder begrepen;
„Centrale”: de Stichting Nederlandsche Visscherijcentrale, gevestigd te 's-Gravenhage.
§ 2.
Aflevering van visch op den afslag.
Artikel 2.
Het afleveren en doen afleveren van voor de vischvoorziening van de gemeente Amsterdam bestemde zoetwatervisch, aal en paling daaronder begrepen, garnalen en van zeevisch, voor zoover daarvoor maximumprijzen zijn vastgesteld, anders dan aan den afslag is verboden.
Artikel 3.
1. De groothandelaren en rookerijen, die daartoe door de Centrale zijn aangewezen, zijn verplicht een wekelijks door de Centrale vast te stellen hoeveelheid visch aan den afslag af te leveren.
(A) 23496 - '42 - K 983 Dit document is een juridisch besluit dat de distributie van vis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog aan banden legt. De kern van het besluit is centralisatie:
1. Verplichte veiling: Alle vis die voor de consumptie in Amsterdam bestemd is (zowel zoetwater- als zeevis), moet verplicht via de officiële Gemeentelijke Visafslag worden verhandeld. Directe verkoop buiten de afslag om wordt verboden.
2. Leveringsplicht: Groothandelaren en rokerijen krijgen een quotum opgelegd. Zij worden door de Centrale aangewezen en verplicht om wekelijks een specifieke hoeveelheid vis aan te leveren.
3. Prijsbeheersing: Er wordt expliciet verwezen naar "maximumprijzen", wat duidt op een streng gereguleerde distributie-economie om prijsopdrijving en zwarte handel te voorkomen. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamd 'ordening-orgaan' dat door de bezetter was ingesteld (of omgevormd) om de volledige controle over de voedselvoorziening te verkrijgen.
In deze fase van de oorlog werd de schaarste aan voedsel nijpend. Door de visvoorziening centraal te regelen, kon de overheid (onder toezicht van de bezetter) de distributie rantsoeneren en ervoor zorgen dat de visvoorraden op de juiste plekken terechtkwamen (en niet verdwenen in de zwarte markt). Amsterdam, als grootste stad, had een complexe logistieke uitdaging qua voedselvoorziening, wat dit specifieke "Tweede Uitvoeringsbesluit" verklaart. Het document is een typerend voorbeeld van de bureaucratische controle die de bezettingstijd kenmerkte.