Archiefdocument
Origineel
Niet expliciet vermeld, maar de tekst verwijst naar het "Visscherijbesluit 1941", wat het document plaatst in de periode van de Duitse bezetting van Nederland (Tweede Wereldoorlog). -9-.
~~worden~~ gaan. Men ~~mocht~~ ^mag^ toch niet ~~vergeten, dat de~~ ^uit het oog verliezen,^ ^zakelijk in gansch andere omstandigheden verkeert^ middenstand ~~van een geheel andere orde is~~, dan de straat-handel.
De Secretaris (onderstreept) stelt vervolgens aan de orde: aanvulling van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 met bepalingen ter verscherping van de contrôle op de winkeliers. Het is de bedoeling om in het Tweede Uitvoeringsbesluit een bepaling op te nemen, dat de winkeliers zijn verplicht om de hun op de Vischmarkt toegewezen visch onmiddellijk en zonder achterhouding van partijen voor vaste klanten in den winkel aan het publiek te verkoopen. Het bedienen van vaste klanten aan huis zal dan verboden zijn.
De Heer Van Meurs (onderstreept) zegt ten aanzien van dit punt, dat dit wel een stap in de goede richting beteekent, doch dat het zeker geen afdoende maatregel is. Er ontstaat dan namelijk weer een nieuw euvel, namelijk het ^in^ de rij staan ^door dezelfde menschen^ ~~van het publiek~~ ^koopers om deze dan^, die ~~dan~~ de visch voor zwarte prijzen ^te^ gaan verkoopen. Ook bij aanvulling van dit Uitvoeringsbesluit blijft contrôle toch zeer moeilijk en ondoeltreffend. De C.C.D. beschikt ^slechts^ ^over^ 4 contrôleurs, die onmogelijk op 150 verkoopplaatsen(winkels) kunnen zijn. Daarom is de voorgestelde verbetering en aanvulling van het Uitvoeringsbesluit wel een kleine verbetering, doch in de practijk moet men er zich niet veel van voorstellen.
De Heer Böhne (onderstreept) deelt mede, dat nu blijkt, dat ten aanzien van het bestaande Uitvoeringsbesluit misverstand bestaat bij den kleinhandel en speciaal bij de winkeliers. De winkeliers dachten namelijk, dat het al nu reeds verboden was om vaste klanten te bedienen, hoewel spreker toegeeft, dat de winkeliers in de practijk inderdaad visch voor hun
--- Dit document betreft ambtelijke notulen over de regulering van de visdistributie tijdens de bezettingsjaren. De kern van de discussie is de wijziging van het "Visscherijbesluit 1941" om te voorkomen dat winkeliers vis achterhouden voor hun eigen vaste klanten ("gunningssysteem"). De overheid wil afdwingen dat alle vis direct aan het algemene publiek wordt verkocht.
Er worden echter kritische kanttekeningen geplaatst:
1. Handhavingsprobleem: De Crisis Controle Dienst (C.C.D.) heeft te weinig personeel (4 controleurs voor 150 winkels) om deze regels effectief te controleren.
2. Zwarte handel: Men vreest dat professionele wachtenden ("koopers") de rijen zullen domineren om de vis vervolgens op de zwarte markt door te verkopen.
3. Verschil in status: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de gevestigde middenstand (winkeliers) en de minder gereguleerde straathandel.
De handgeschreven correcties laten zien dat er nauwgezet werd geformuleerd, waarbij de nadruk verschoof van het louter "niet vergeten" naar het actiever "niet uit het oog verliezen" van de economische positie van de middenstand.
--- Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland streng gereguleerd via distributiestelsels. Vis was een belangrijk onderdeel van het dieet, maar door schaarste en brandstoftekorten voor de vissersvloot ontstond er een levendige zwarte handel.
De Crisis Controle Dienst (C.C.D.), opgericht in 1934 en tijdens de oorlog intensief ingezet, was verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de distributiewetten en prijsvoorschriften. De discussie in dit document illustreert de voortdurende strijd van de overheid tegen de "zwarte markt" en de pogingen om een eerlijke verdeling van schaarse goederen af te dwingen, terwijl de praktijk op de werkvloer (de winkel) vaak weerbarstiger was door sociale banden met vaste klanten en een tekort aan toezichthouders. De Secretaris De Heer Van Meurs De Heer Böhne.