Getypt verslag of besluitenlijst van een commissie belast met de distributie/toewijzing van viswaren.
Origineel
Getypt verslag of besluitenlijst van een commissie belast met de distributie/toewijzing van viswaren. Vermoedelijk direct na de Tweede Wereldoorlog (ca. 1945-1946), gezien de verwijzingen naar de situatie "voor den oorlog" en de "Arbeitseinsatz" (afgekeurd voor Duitsland). – 6 –
bovendien maar kleine koopman voor den oorlog. Heeft echter wel rechten. Om hem onder contrôle te krijgen, gewenscht om op te voeren: 1 toewijzing gerookte aal
1 toewijzing gerookte visch. (moet nog markt kiezen)
J.M. Schenkenberg, Dapperstraat. Moet nog markt opgeven. Vraagt meer toewijzing. Heeft slechts zoetwatervisch, zeevisch en 2 kisten ongepelde garnalen. Is bona fide en verkoopt steeds eerlijk aan het publiek. Commissie geen bezwaar opvoeren: 1 x gerookte aal en verhooging van ongepelde garnalen van 2 op 3 kisten.
L. Toet, Albert Cuypstraat.
heeft slechts toewijzing zeevisch. Vraagt meer toewijzingen. Was voor den oorlog zeer groote koopman in haring, doch verkoopt ook wel visch. Op zoetwatervisch heeft feitelijk geen enkele christenkoopman recht, werd uitsluitend door Joden verkocht.
Commissie geen bezwaar opvoeren: 1 toewijzing zoetwatervisch, 2 kisten ongepelde garnalen.
J. Kraan, Schippersgracht 14.
Is destijds verlaagd van 2 op 1 toewijzing gerookte aal. Lammers heeft thans onderzoek ingesteld in ’s mans boekhouding: gebleken, dat hij grooten omzet van aal had. Bediende veel inrichtingen. Verhogen van 1 op 2 toewijzingen gerookte aal.
N.V. Saur, Rokin 134.
Vraagt meer toewijzingen. Heeft geen aal- en garnalentoewijzingen en is toch zeer bekende zaak.
Commissie accoord opvoeren: 1 x versche aal, 1 kist ongepelde garnalen.
F.J. Visser, hal Lindengracht 232 verzoekt als halhouder toewijzing gerookte aal, waarop hij volgens geldende maatstaven recht heeft.
Opvoeren 1 x gerookte aal.
H. ter Voort, winkelier Spaarndammerstraat 95, vraagt toewijzing fijne zeevisch en verhooging toewijzing zoetwatervisch en ongepelde garnalen. Vischhal in volksbuurt en geen recht op fijne zeevisch.
Afwijzen.
Commissie wel accoord met verhooging zoetwatervisch en garnalen. Halhouder met hoogere kosten dan straathandelaar en bovendien voor den oorlog veel visch verkocht.
Verhoogen: van 1 toewijzing zoetwatervisch op 2 van 3 kisten ongepelde garnalen op 4.
P.J. de Vos, 21-11-1919, Dapperstraat 36 III, markt Dapperstraat, Geheel nieuwe aanvrage. Vraagt toewijzing zeevisch, welke hij na den oorlog, toen er voor zeevisch nog geen maximumprijzen waren, heeft verkocht. Wordt bevestigd door verklaringen van grossiers. Is afgekeurd voor Duitschland. * Economische regulering: Het document toont de bureaucratische afhandeling van schaarse goederen in de naoorlogse periode. Handelaren moesten aantonen dat zij "bona fide" waren en historische rechten hadden (gebaseerd op hun handel voor 1940) om in aanmerking te komen voor toewijzingen (quota).
* Sociale observaties: Er wordt een expliciete opmerking gemaakt over de sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam: de handel in zoetwatervisch was voor de oorlog blijkbaar een Joods monopolie ("werd uitsluitend door Joden verkocht").
* Toezicht: Er is sprake van actieve controle door inspecteurs (zoals de genoemde Lammers) die boekhoudingen controleren om de rechtmatigheid van claims te toetsen.
* Bedrijfsvormen: Er wordt onderscheid gemaakt tussen "halhouders" (vaste winkels in markthallen), winkeliers en straathandelaars, waarbij de hogere vaste lasten van halhouders een argument kunnen zijn voor grotere toewijzingen. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de archieven van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening of een lokale afdeling van de Crisis-Contrôle-Dienst (CCD). In de jaren direct na de bevrijding bleven veel producten op de bon of onderworpen aan strikte distributieregels om zwarte handel tegen te gaan en een eerlijke verdeling te garanderen.
De vermelding bij P.J. de Vos ("Is afgekeurd voor Duitschland") is een typische aantekening uit die tijd; het geeft aan dat de betrokkene tijdens de bezetting niet in Duitsland hoefde te werken (vrijstelling of medische afkeuring voor de Arbeitseinsatz), wat in die periode relevant was voor de beoordeling van iemands oorlogsverleden en maatschappelijke status.