Getypte ambtelijke lijst met besluiten over toewijzingen (rantsoenering).
Origineel
Getypte ambtelijke lijst met besluiten over toewijzingen (rantsoenering). Omstreeks 1942 (gezien de referentie naar december 1941 en de verwijdering van Joodse kooplieden van de markten). - 8 -
J.G. Bosbaan Sr. , markt Lindengracht,
vraagt toewijzing gerookte aal. Heeft geen vischhal en
reeds dubbele toewijzing versche aal. Kan dus geen ge-
rookte aal krijgen.
C.Braan en Co. , winkel Ferd.Bolstraat,
vraagt toewijzing fijne zeevisch,
winkel is pas in December 1941 geopend.
geen recht op fijne zeevisch.
Gebr. Brandenburgh, Mosplein,
vragen dubbele toewijzing visch, ware kleine venters.
Afwijzen.
C.Buys, Volendam, markt Lindengracht,
vraagt 3 inplaats van 2 kisten garnalen.
Afwijzen. Kleine venter.
J.Coenra, markt Lindengracht,
vraagt ingedeeld te worden voor visch en garnalen.
Afwijzen. Fruitkoopman vorig jaar geverbaliseerd voor
zwart verkoopen van aardbeien.
A. Dombroek, Lindengracht,
vraagt 3 inplaats van 2 kisten garnalen. Kleine koopman.
Afwijzen.
K.Bicker, Ten Katestraat,
vraagt toewijzing gerookte aal. Heeft enkele toewijzing
versche aal.
Afwijzen. Heeft dit nimmer verkocht. Zeer kleine koopman.
W. Faille, Lindengracht,
vraagt toewijzing ongepelde garnalen. Heeft alleen gerookte
aal en gerookte visch. Afwijzen. Heeft nog nooit garnalen
verkocht.
G.J.Goosen, Albert Cuypstraat,
vraagt dubbele toewijzing inplaats van enkele zoetwater-
visch en verhooging van 3 op 4 kisten garnalen.
Afwijzen. Heeft voldoende groote toewijzing.
J.G.de Harde, 1e Oosterparkstraat 202,
heeft toewijzing gerookte aal en gerookte visch.
Vraagt gepelde garnalen. Heeft deze nog nooit verkocht.
A.G. Herman Boogaart, Albert Cuypstraat,
vraagt toewijzing ongepelde garnalen. Afwijzen. Heeft deze
nog nooit verkocht.
J.M.Helsloot, Leidschekruisstraat 9.
vraagt gepelde garnalen. Heeft deze nooit verkocht; afwijzen.
H.Hinse, Ten Katestraat.
vraagt toewijzing ongepelde garnalen.
Afwijzen; nog nooit verkocht.
B. ten Hoeve, Albert Cuypstraat.
/,zeevisch heeft toewijzing zoetwatervisch/en 2 kisten garnalen. Vraagt
ook aal. Heeft deze nog nooit verkocht. Zijn vrouw is op de
markt met visch begonnen, toen de Joden van de markten moes-
ten verdwijnen. Ten Hoeve zelf was bij de Luchtbescherming.
Afwijzen; moet maar trachten verklaringen van leveranciers te
krijgen, die hem de aal hebben geleverd. Het document is een overzicht van de distributiestamkaart-bureaucratie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de voedselschaarste was de handel in vis en garnalen strikt gereguleerd via een systeem van toewijzingen.
Enkele opvallende observaties:
* Striktheid: Bijna alle verzoeken in dit overzicht worden afgewezen. De ambtenaren hanteren strikte criteria: wie voor de oorlog (of voor een bepaalde datum) een bepaald product niet verkocht, krijgt nu ook geen toewijzing ("nog nooit verkocht").
* Subjectieve criteria: Termen als "kleine venter" of "kleine koopman" worden gebruikt als diskwalificatie voor extra rantsoenen.
* Moraliteit en handhaving: Bij J. Coenra wordt een eerdere overtreding (zwarte handel in aardbeien) expliciet genoemd als reden voor afwijzing, wat duidt op een systeem van straf door uitsluiting van legale handel.
* Economische verschuivingen: De lijst toont aan hoe kooplieden probeerden hun assortiment te verbreden om te overleven in de schaarste-economie. Dit document biedt een onthutsend kijkje in de dagelijkse realiteit van de bezettingstijd. Het meest significante historische detail bevindt zich bij de laatste vermelding (B. ten Hoeve). Er wordt expliciet verwezen naar het moment "toen de Joden van de markten moesten verdwijnen".
Dit verwijst naar de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. In september 1941 werd het Joden verboden om op markten te staan. Hierdoor kwamen er plekken vrij die werden ingenomen door niet-Joodse Nederlanders, zoals de vrouw van Ten Hoeve. Het document illustreert hoe de 'arisering' van de economie en de uitsluiting van de Joodse bevolking direct verweven waren met de alledaagse bureaucratie van de voedselvoorziening. Daarnaast wordt de "Luchtbescherming" genoemd, de burgerorganisatie die hulp moest bieden bij luchtaanvallen.