Archiefdocument
Origineel
Vermoedelijk opgesteld eind december 1941; handgeschreven datum bovenin: 8 januari 1942. [Handgeschreven tekst rechtsboven:]
8/1 '42 naar
v. Meurs
gezonden
[Paraaf]
NOTITIES INZAKE VISCHVERDEELING.
AMSTERDAM.
Ter attentie van
den Heer Van Meurs.
[Marge links:] /op
Na onderhandelingen met de Visscherijcentrale te Den Haag is op 21 October 1941/de Vischmarkt ingevoerd de verdeelingsregeling voor zoetwatervisch voor den straathandel. De Visscherijcentrale garandeerde een hoeveelheid zoetwatervisch van minstens 30.000 pond visch per week, op welke basis een behoorlijke verdeeling kon plaatsvinden. Tot nu toe is dit kwantum echter nog niet aan den Gemeentelijken afslag gezonden. Het hoogste weektotaal is bereikt in de week van 25/11 - 29/11 1941, namelijk 22.410 pond; als regel werd (tot eind November) gemiddeld per week + 20.000 pond visch gezonden. Daarna was de aanvoer + 15.000 pond per week. Als gevolg van herhaald overleg is einde December door den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale de maatregel getroffen, dat de vischgrossiers 20% van hun toewijzing naar de verdeeling te Amsterdam moeten zenden. Hiervan wordt een belangrijke stijging van den aanvoer verwacht. Zoo niet, dan zal het percentage worden verhoogd.
[Marge links:] Ler
Van aanvang af is mede in overleg met den Wethouder bij de Visscherijcentrale/op aangedrongen om ook de voor de winkeliers bestemde visch via een verdeelingssysteem op de Vischmarkt te doen loopen, waardoor de voor de verdeelvisch geldende bepalingen ook automatisch op de winkels van toepassing worden, een overzicht over de totaal voor Amsterdam bestemde visch wordt verkregen en in ieder geval de prijzen beter onder contrôle kunnen komen.
De Visscherijcentrale gaat hiermede thans in principe accoord en is doende de uitvoering van deze maatregel voor te bereiden. Deze notitie beschrijft de logistieke en bureaucratische uitdagingen rondom de visdistributie in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:
- Tekorten: Ondanks afspraken met de landelijke Visscherijcentrale over een minimumaanvoer van 30.000 pond zoetwatervis per week, bleven de werkelijke leveringen ver achter (vaak slechts de helft).
- Gedwongen Leveringen: Om de tekorten op te vangen, werd eind december 1941 bepaald dat groothandelaren verplicht 20% van hun voorraad naar Amsterdam moesten sturen.
- Centralisatie: Er wordt gepleit om ook de vis voor gewone winkeliers via de centrale Vischmarkt te laten lopen. Dit had als doel om de zwarte markt tegen te gaan, prijzen te controleren en een beter overzicht te krijgen op de totale voedselvoorraad in de stad.
- Correcties: De tekens in de linkermarge lijken typecorrecties: "/op" suggereert dat in de eerste alinea "1941 op de" moet staan in plaats van "/de". "Ler" suggereert de toevoeging "er op" in de tweede alinea. Het document dateert van de winter van 1941-1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds moeizamer werd. Omdat de zeevisserij door de oorlogvoering op de Noordzee grotendeels stillag, was zoetwatervis een cruciale bron van eiwitten voor de stedelijke bevolking.
De Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat de visserijsector controleerde tijdens de bezetting. De pogingen van de gemeente Amsterdam (hier vertegenwoordigd door overleg met de wethouder) om de distributie te centraliseren, pasten in het bredere beleid van rantsoenering en prijsbeheersing om sociale onrust te voorkomen en te zorgen dat de schaarse middelen eerlijk (en buiten de zwarte markt om) werden verdeeld. De heer Van Meurs, aan wie de notitie is gericht, was waarschijnlijk een betrokken functionaris binnen de gemeentelijke voedselvoorziening of het marktwezen. Van Meurs (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen