Getypte ambtelijke brief/voorstel (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/voorstel (doorslag). 18 mei 1942 (voorgestelde ingangsdatum). -4-
leurs moeten worden aangesteld. Bij nader inzien komt het mij voor, dat ten deze allereerst de practijk moet worden afgewacht (speciaal wat betreft de hoegrootheid van de aanvoeren), voordat tot een dergelijk kostbaar contrôle-apparaat moet worden overgegaan. Het is mij echter gelukt om terzake toch een goede oplossing te verkrijgen. Na gepleegd overleg met den Chef van den Centralen Crisis-Contrôle Dienst, afdeeling Visch, is gebleken, dat deze dienst reeds onmiddellijk een zestal contrôleurs beschikbaar kan stellen, terwijl uitbreiding van dit aantal nog mogelijk is. Bovendien beschikt ook de Inspecteur voor de Prijsbeheersching over enige vischcontrôleurs, die zeker voor het onderhavige doel kunnen worden ingeschakeld. Hieromtrent zal ik met dezen Inspecteur nog nader overleg plegen.
Reeds is met den Chef van den Centralen Crisis Contrôle Dienst besproken, dat aan dezen Dienst een volledige opgave zal worden verstrekt van alle handelaren, die aan de verdeeling zullen deelnemen onder vermelding van hun verkoopsplaats. De contrôleurs, die telefonisch contact met de Vischmarkt zullen houden en zoodoende weten, welke letters op een bepaalden dag voor verdeeling in aanmerking zijn gekomen, zullen dan op de verkoop-plaatsen nauwkeurig opnemen, met welke hoeveelheden visch de kooplieden aankomen. Bovendien stel ik mij voor om op de bestaande dagmarkten het aldaar dienstdoende markt-personeel voor bovenbedoelde contrôle in te schakelen.
Op deze wijze is toch, met minimale kosten voor de Gemeente, een goed sluitend contrôle-systeem te verkrijgen.
In aanmerking nemende de voorbereidingen, die dezerzijds nog moeten worden getroffen, lijkt het mij mogelijk om de geheele bovenomschreven regeling in werking te doen treden op Maandag 18 Mei 1942.
Ik verzoek U derhalve beleefd te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester met ingang van dezen datum wordt bepaald:
I. dat de vergoeding voor door de leden der Verdeelingscommissie, te weten de heeren K.Lammers, M.Gootjes, C.v.Zanten en B.Sliphorst aan te nemen werkzaamheden wordt bepaald op f 100,- per week;
II. dat op de Gemeente Amsterdam een algemeen ventverbod wordt gelegd voor het artikel visch, terwijl daarbij wordt vermeld, dat visch slechts mag worden verkocht en afgeleverd:
a. op de algemeene dagmarkten: Albert Cuypstraat, Ten Katestraat, Lindengracht, Dapperstraat en Nieuwmarkt en des Maandags op de algemeene weekmarkt Noordermarkt.;
b. op de Joodsche markten: Gaaspstraat, Waterlooplein en Joubertstraat.
c. op de tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkten, uitsluitend voor het artikel visch: Mosplein, Jan Evertsenstraat en Stadionplein.
d. op de standplaatsen buiten de markten (indien hiertoe door den Burgemeester mocht worden besloten).
e. in vischwinkels en vischhallen.
III. dat, bijvoorbeeld door detacheering, te mijner beschikking wordt gesteld: 1 kassier en 1 jeugdig schrijver om in de administratie op de Vischmarkt te worden tewerkgesteld. * Organisatie van de schaarste: Het document illustreert hoe de overheid tijdens de bezetting de grip op de voedselvoorziening probeerde te verstevigen. Er wordt gezocht naar een efficiënt controlesysteem met "minimale kosten" door gebruik te maken van bestaande diensten zoals de Centralen Crisis-Contrôle Dienst (CCCD).
* Logistiek en Controle: Er is sprake van een distributiesysteem waarbij handelaren op basis van "letters" (waarschijnlijk een rotatiesysteem) vis krijgen toegewezen. De controle moet plaatsvinden bij aankomst op de verkooppunten om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen.
* Centralisatie: Het instellen van een "algemeen ventverbod" (verbod op straathandel buiten vaste markten) is een methode om de verkoop te kanaliseren naar locaties waar toezicht mogelijk is.
* Segregatie: Zeer tekenend voor de periode is de expliciete vermelding van "Joodsche markten" (Gaaspstraat, Waterlooplein en Joubertstraat). Dit bevestigt de door de bezetter opgelegde isolatie van de Joodse bevolking, die enkel op specifieke plaatsen en tijden mocht winkelen. Dit document stamt uit mei 1942, een fase in de Tweede Wereldoorlog waarin de tekorten in Nederland nijpender werden en de anti-Joodse maatregelen intensiveerden. De CCCD was de instantie die toezag op de naleving van de distributieregels. De genoemde Joodse markten bevonden zich in de wijken waar de Joodse Amsterdammers op dat moment geconcentreerd werden (de Joodse buurt en de Transvaalbuurt). Het voorstel is gericht aan de burgemeester, in die tijd de pro-Duitse Edward Voûte. Het document geeft een inkijk in de bureaucratische uitvoering van de bezettingspolitiek op lokaal niveau.